donderdag, 08 februari 2007

harder of zeebaars ?

Dunlip- en diklipharders

Harders zijn bestand tegen brak en vervuild water (strandmeren, riviermondingen en havens). Er zijn verschillende soorten harders. In Europa komen er wel 8 verschillende soorten voor, maar de harder die we in de Oosterschelde zien is de diklipharder (Chelon labrosus). Heel uitzonderlijk kan men de dunlipharder (Liza ramada) in Zeeland waarnemen. Het verschil tussen de dik- en dunlipharder is o.a. duidelijk te zien aan de onderkant van de bek, maar daarvoor moet je hem bijna in je handen kunnen houden. En dat kan je wel vergeten tijdens je duik.

Het meest opvallendste verschil tussen beide harders is dat de dunlipharder een zwarte vlek op de basis van de borstvin heeft. Verder heeft de dunlipharder een grijsblauwe rug. De flanken zijn zilverachtig met grijze lengtestrepen en de buik is zilverwit.
De diklipharder dankt zijn naam aan de dikke bovenlip, die hoger is dan de straal van zijn oog. De bek is klein en de bekopening komt bij lange na niet tot de voorste rand van het oog. De rug is donkergroen tot blauwgroen, de flanken zijn zilverachtig met duidelijke donkergrijze lengtestrepen (een 7 tot 8-tal). De buikzijde is zilverwit.

Harders hebben twee rugvinnen die niet tegen elkaar aansluiten. De voorste rugvin heeft vier stralen.

De diklipharder wordt 50 tot 75 centimeter groot (max. 90 cm). Zijn gewicht bedraagt 2 tot 4 kg (max. 8 kg).

De "Commissie Europese Gemeenschap voor Visserij" maakt geen onderscheid tussen de 8 verschillende Europese soorten harders. Lokaal wordt de harder wel eens herder genoemd.

In de lente trekt de harder naar het noorden, op zoek naar voedsel, en trekt hierbij de zeearmen en havens binnen. In de herfst trekt hij terug naar het zuiden. Hij voedt zich met organische deeltjes (detritus) die in de modder zitten en afkomstig zijn van dierlijke en plantaardige resten. Hij graast als het ware de bodem af en wordt daarom wel eens planteneter of algeneter genoemd. Maar dat is niet helemaal juist. Tijdens het grazen verorbert hij immers ook kleine, op de bodem levende diertjes. Zelfs kleine visjes die voorbij zwemmen versmaadt hij niet.

Tijdens het grazen hapt de harder zand naar binnen, samen met water. Hieruit filtert hij de eetbare organismen, via dicht bij elkaar staande kieuwdeksels, en spuwt de rest (het zand) terug uit. Daarna gebruikt de harder zijn tanden in de keelholte om de laatste druppels water uit de voedselprop te drukken. Het voedsel wordt verteerd in een gespierde maag met dikke wanden en in een darm van indrukwekkende lengte. Volwassen harders eten dag en nacht. Voortdurend gaan ze met hun bek over de bodem; de kop vormt daarbij een hoek van ongeveer 45 graden met de ondergrond. De jonge vissen voeden zich voornamelijk met zoöplankton (dierlijk plankton). Dit doen ze overdag, want ze hebben er licht bij nodig.

Zeebaars

De zeebaars (Dicentrarchus labrax) die bij ons voorkomt wordt in het Engels "European seabass" genoemd. In sommige boeken noemen ze deze zeebaars de "wolfbaars". Soms wordt de zeebaars, met lucratieve bedoeling, "witte zalm" genoemd. De zeebaars is een waardevolle en zeer smakelijke consumptievis die ook enorme waarde heeft in de medische sector (vooral de ingewanden hebben medische waarde). Hij komt veel voor - in kleine scholen - boven modder-, zand- en rotsbodem, maar ook verscholen in wrakken. Ook dringt hij het brakke water binnen van estuaria (wijde riviermondingen).

Zeebaarzen paaien in de vroege zomer, in de kustwateren. Het zijn vraatzuchtige roofvissen. Jonge vissen voeden zich met schaaldieren, wormen, kleine bodemvissen en inktvissen. Oudere dieren jagen vooral op vis.

De zeebaars wordt 40 tot 80 centimeter lang, uitzonderlijk 1 meter (bij een gewicht van 10 kg). Hij is direct te herkennen aan de twee rugvinnen die aansluiten tegen elkaar. De eerste rugvin telt 8 tot 9 flinke stekels. Meestal ligt de eerste rugvin plat als hij ons voorbij zwemt. Op het kieuwdeksel heeft hij een donkere vlek, die echter niet altijd duidelijk waar te nemen is. De onderrand van het kieuwdeksel is gestekeld. De vis is volledig zilvergrijs tot blauwachtig zilver; de rug is grijsachtig, de flanken zijn zilverkleurig en de buik is zilverwit. Op zijn flank heeft hij in de lengte een zijlijn. Jonge exemplaren vertonen zwarte stippen.

19:26 Gepost door johan in abc van de vis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: harder, zeebaars, noordzee, zee, vis | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

De commentaren zijn gesloten.