maandag, 18 juni 2007

vissen . . 2

Meer dan de helft van de ongeveer 43.500 soorten gewervelde dieren die men kent, zijn vissen. In hun waterwereld zijn ze uitgegroeid tot een reusachtig scala van gespecialiseerde diervormen, dat minstens even gevarieerd is als dat van de viervoetigen.
De eerste hoofscheidslijn in deze groep valt tussen de vissen met en die zonder kaken. De kaaklozen of Agnatha vormen een restgroep uit een vroeg stadium van de ontwikkeling van de gewervelde dieren, met als enige recente vertegenwoordigers de klassen rondbekken, waartoe de prikken en de slijmprikken behoren. De vissen met kaken, die iets minder dan vierhonderd miljoen jaar geleden ontstonden, zijn op hun beurt in twee sterk uiteenlopende groepen verdeeld. De ene omvat de kraakbeenvissen, zoals haaien, roggen en zeekatten. De andere omvat de drie hoofdtypen van de beenvissen : enerzijds de straalvinnigen, met korte vinnen die door stralen worden gesteund, anderzijds twee typen spiervinnigen : de longvissen en de kwastvinnigen. De laatste groep wordt thans alleen nog vertegenwoordigd door de coelacanth.

19:22 Gepost door johan in abc van de vis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vis, vissen | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

De commentaren zijn gesloten.