maandag, 18 juni 2007

de tarbot

De tarbot of Scophthalmus maximus.

Beschrijving
Rugvin met 57-71 vinstralen, anaalvin met 43-52; geen schubben.
Variabel van kleur, meestal zandkleurig tot bruin met veel donkere vlekjes en stippen, ook op de vinnen, inclusief de gehele staartvin. Brede platvis met grote kop en grote bek. Lichaam vrijwel rond. Ogen op de gepigmenteerde linkerzijde. Kop en lichaam zonder schubben, maar bedekt met vele, onregelmatig verspreide, benige knobbeltjes op de gepigmenteerde zijde; op de kop zijn deze knobbeltjes kleiner en talrijker dan op het lichaam. Buikvinnen met lange bases; eerste rugvinstralen slechts aan de uiteinden zonder membraan.
Jonge tarbotten eten kleine kreeftachtigen zoals garnalen. Na een lengte van tien cm wordt er steeds meer vis gegeten : grondels, spieringen, zandspieringen, kabeljauwachtigen en platvis. Tarbotten langer dan dertig cm eten uitsluitend vis.
Lengte
Maximaal 100 cm.
Verspreiding
Noordoost-Atlantische Oceaan, Noordzee en Oostzee. Langs onze kust vrij algemeen.

19:25 Gepost door johan in abc van de vis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de tarbot | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

vissen . . 2

Meer dan de helft van de ongeveer 43.500 soorten gewervelde dieren die men kent, zijn vissen. In hun waterwereld zijn ze uitgegroeid tot een reusachtig scala van gespecialiseerde diervormen, dat minstens even gevarieerd is als dat van de viervoetigen.
De eerste hoofscheidslijn in deze groep valt tussen de vissen met en die zonder kaken. De kaaklozen of Agnatha vormen een restgroep uit een vroeg stadium van de ontwikkeling van de gewervelde dieren, met als enige recente vertegenwoordigers de klassen rondbekken, waartoe de prikken en de slijmprikken behoren. De vissen met kaken, die iets minder dan vierhonderd miljoen jaar geleden ontstonden, zijn op hun beurt in twee sterk uiteenlopende groepen verdeeld. De ene omvat de kraakbeenvissen, zoals haaien, roggen en zeekatten. De andere omvat de drie hoofdtypen van de beenvissen : enerzijds de straalvinnigen, met korte vinnen die door stralen worden gesteund, anderzijds twee typen spiervinnigen : de longvissen en de kwastvinnigen. De laatste groep wordt thans alleen nog vertegenwoordigd door de coelacanth.

19:22 Gepost door johan in abc van de vis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vis, vissen | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |