maandag, 22 oktober 2007

Vlaamse visserij. Deel 1: Oostende

 

Scannen0002
HET JONGE OOSTENDE

In de negen en tiende eeuw werden de duinen en de zoute weiden achter de oorspronkelijke nederzetting nog voornamelijk gebruikt voor zeer grote kudden schapen. Pas rond het jaar 10000, toen stilaan het oorlogsgeweld in heel Europa geweken was, nam de rust in de handel toe en ging men meer en meer polders indijken. heel wat dorpen in de kustvlakte ontstonden : Leffinge,Snaaskerke,Stene,Moere, Zande en Slijpe.

In de duinen en bij de dijken werden van langsom meer huizen gebouwd. Op het eiland De Streep, dat door de aanslibbingen en impolderingen steeds meer aansluiting kreeg met het oude zandland, waaronder in het zuiden men het ging hebben  oven Westende,Oostende en daartussen in Middelkerke.

In 1071 kregen zij die op het oostelijke uiteinde woonden hun st.Pieterskerk.

Lang zou het daarna niet meer duren voor die samenleving zo belangrijk werd door haar visserij, vlootsterkte en vishandel, dat men er ook burgelijk niet meer om heen kon.

In 1267 schonk Margareta van Constantinopel dan ook inderdaad enkele verre van onbelangrijke stadrechten en privéleges aan de nieuwe stad: een markt en een halle.

De commentaren zijn gesloten.