zaterdag, 27 oktober 2007

zeebaars: weersomstandigheden en plaats


De keuze van de visstek is direct afhankelijk van de weersomstandigheden. Ruwweg kunnen we twee soorten visstekken onderscheiden: het kale strand en golfbrekers. Tijdens het vissen op een 'kaal' strand kunnen we niet zoveel wind en deining hebben. De meest gunstige omstandigheden voor het vissen vanaf het strand zijn direct na een storm, wanneer de wind wegvalt. Er loopt dan nog een aardige deining, maar de ergste kracht is eraf. Ikzelf vind een windkracht 5 uit westelijke richtingen (na een flinke wind) het maximum voor het vissen vanaf het (kale) strand. Bij meer wind is het meestal te chaotisch om plezierig te kunnen vissen. De stroomsnelheid in het ondiepe strandwater neemt bij meer wind ook zo snel toe dat we extreem zwaar moeten vissen. Daarbij ondervinden we ook steeds meer hinder van vuil in het water. Ik geloof dat zelfs de zeebaars bij dit soort omstandigheden het diepere water opzoekt.
Bij het vissen bij golfbrekers (lees stroombrekers) zoals de strekdammen in de kop van Noord-Holland, kunnen we veel langer doorvissen. Hier kunnen we nog redelijk vissen bij een windkracht 6-8. Wanneer de wind hier weg valt, verdwijnen de golven ook meestal vrij snel. Kort samenvattend: bij veel wind vissen we bij golfbrekers en bij een wegvallende wind op het kale strand. Een stevige branding is altijd vereist. Bij aflandige wind vangen we meestal geen schub.

BESCHIKBARE TIJD
De mensen die veel vangen zijn meestal diegenen die op de meest rare tijden kunnen gaan vissen en geen rekening (hoeven te) houden met cursussen, werk, verjaardagen etc. Wanneer je ploegendienst hebt, zoals ik, heb je alweer een streepje voor op diegenen in een dagdienst. Ik kan bijvoorbeeld voor of na een middagdienst nog een paar uurtjes gaan vissen. Het enige nadeel is dat je meestal niet topfit op je werk verschijnt. Je moet er wat voor overhebben nietwaar…..! Tevens neem ik in september een aantal weken vrij, zodat ik kan gaan vissen wanneer de meest gunstige omstandigheden zich voordoen. Ik acht september de beste maand voor het strandvissen op zeebaars. De krabben- en zagertrek komt op gang en dit lokt de baarzen richting strand.
TIJDSTIP EN TIJD
Bij het vissen vanaf het kale strand, prefereer ik de schemeruren; 's ochtends en 's avonds dus, met een persoonlijke voorkeur voor de ochtenduren. Ook overdag bestaat er een goede kans om baars te vangen. Het is dan echter altijd druk(ker) met niet begrijpende dagjesmensen met of zonder honden, vliegeraars, windsurfers, reddingboten etc. Voor de strekdammen houd ik het op de dag. Ik hou er niet zo van om met een harde wind in het donker te staan. Meestal heb je overdag al moeite genoeg om je, zowel letterlijk als figuurlijk, staande te houden. Voor de vangsten hoeft het niet uit te maken.
Bij de strekdammen wordt er voornamelijk rond het hoge water gevist. Tijdens laag water wordt er aanzienlijk minder gevangen, omdat de dammen dan vaak droog liggen. De baars laat zich dan afzakken naar het iets diepere water voorbij de kop van de dam.
Bij het vissen vanaf het strand laten we ons leiden door de bereikbaarheid van het diepere water van een zwin of mui. Op het strand van Bloemendaal, waar ik geregeld vis, kan men alleen rond laag water vissen. Alleen dan is de diepere zwin bereikbaar. Echte muien komen hier niet zoveel voor. Op Terschelling kan je wel weer tijdens hoog water vissen. Het is dus stekgebonden en men dient dit zelf uit te vinden.

MATERIAAL
Omdat we meestal tijdens ruige omstandigheden vissen, is zwaar materiaal op zijn plaats. Hengels geschikt tot het werpen van 200 gram (ca 7 oz) zijn vaak noodzakelijk. Op de hengel een geschikte snelle krachtige molen. Wanneer we vissen met een reel is eveneens een hoge inhaalsnelheid aan te bevelen. Een 6:1 overbrenging is minimaal. Molens zijn er genoeg met deze inhaalsnelheid, maar naar reels moeten we echt op zoek. De Shimano Speedmaster, de Penn 525 en de Abu 7500 CT zijn er enkele. Op de molen of reel een nylonlijn met een minimale dikte van 35/00 mm. Ik vis niet met de nieuwe rek-arme superlijnen omdat ik deze teveel nadelen vind hebben. Door het gebrek aan rek, slaat je lood tijdens zware zeegang vaak los en reageren ze op elk golfje, iets dat ik heel lastig vind. Het vissen met nylon geeft een rustiger beeld.
Aan dit nylon knopen we een voorslag. Ik geef de voorkeur aan een zogenaamd 'getaperde' voorslag. Deze voorslag is ongeveer 9 meter lang, in dikte oplopend van 35/00 mm naar 70/00 mm. Het voordeel is dat we geen last hebben van een dikke verbindingsknoop. Door de lange lengte bevindt de knoop zich al op de spoel op het moment dat we de vis door branding moeten loodsen. Het is een goed gevoel om te weten dat de knoop op zo'n kritiek moment niet kan breken. Drennan en Daiwa leveren deze voorslag. Wilt u toch een dikke voorslag aan uw hoofdlijn knopen dan kan ik hiervoor de Albrightknoop adviseren.
Uiteraard gebruiken we goed ankerend lood, het liefst met wegklapbare ankers, met een gewicht dat ligt tussen 150 en 200 gram. Meestal is dit voldoende.
Als onderlijn gebruik ik steevast één jojo-paternoster en een variant daarop, met een lengte van minimaal 1.10 mtr. Let wel, we vissen gericht op zeebaars en hebben verder geen interesse in bot, tong en paling. Geen driehaaks-paternosters dus. De door mij gebruikte 'rigs' zijn zeer doeltreffend. De haaklijnen clippen we altijd vast in een aasclip, aangezien we, vooral bij de strekdammen, vaak een harde verre worp dienen te maken in een harde tegenwind!! Het maken van dergelijke onderlijnen vergt wat ervaring en daar wil ik in een later artikel nog eens op terugkomen. Ik hoop dat de tekeningen op dit moment het één en ander toch wel duidelijk maken.
Ik gebruik wel altijd een 'PENNELRIG'. Twee haken in elkaars verlengde; op één onderlijn dus. Ik vang zeker 30% van de baarzen op de bovenste haak. Het is echt niet zo dat de baarzen altijd de haak van 'voren' pakken. Zeker als we met een lange sliert aas vissen, pakt de baars het aas ook vanaf de andere kant; het gedeelte waar de haak niet zit. Het resulteert in een prachtige aanbeet, maar de vis hangt niet.
Ik gebruik een haak met een wijde bocht, grootte 4/0 en 5/0 (een zgn,Big Mouth model). De haak moet dunstelig zijn, omdat we vissen met zagers en we het aas graag beweeglijk houden. Ik bestel mijn haken steevast bij het Engelse postorderbedrijf Veals. Deze haken van het merk Varivas zijn het voor mij helemaal, maar u mag daarover met mij van mening verschillen.
De kracht van een aanbeet van de zeebaars in ruig weer kan enorm zijn en daarom gebruiken we een stevige stranddriepoot of steun. Let erop dat de kracht van de wind en zee, uitgeoefend op de hengels en uitstaande lijnen, met gemak een driepoot omvertrekken. Goed verankeren dus die driepoot!!
Verder dragen we uiteraard een waadpak. Wanneer u deze aan gaat schaffen, dan is een neopreenpak aan te bevelen. Deze pakken zitten als een tweede huid en zijn dus zeer comfortabel in het dragen.
Om het tijdens NW-7 en hagelbuien enigszins comfortabel te houden, is een strandtentje of paraplu aan te bevelen. Wederom goed vastzetten! Om compleet te zijn moeten we ook nog denken aan spulletjes zoals een hoofdlamp, toplichtjes, petroleumvergassers enz enz.Een karretje om al het materiaal te vervoeren is onontbeerlijk. Als aas zijn zagers favoriet, vooral in het najaar. Om het geurspoor te vergroten kunnen we ook met een cocktail vissen van zagers, pieren en inktvis. Wanneer men dicht bij de kust woont is het handig om zagers in voorraad te hebben, zodat men meteen kan gaan vissen als de ideale omstandigheden zich voordoen. Ik heb daartoe een koelkast aangeschaft waarin ik mijn zagers in bakken zeewater laat rondzwemmen. Het water moet minimaal 2 maal per week ververst worden en we dienen een luchtpompje aan te schaffen. We kunnen de zagers dan wekenlang in leven houden. Vissend met twee hengels moet u zeker rekenen op 2 ons zagers per tij, gecombineerd met 40 zeepieren. Uiteraard kunnen we ook aassoorten als franse tap, scheermessen en (zachte) krab gebruiken, ook eventueel weer in een cocktail. Als het maar groot en veel is en goed ruikt!

TECHNIEK/TAKTIEK
Vissend vanaf het strand gooi ik steevast tegen de wind en/of stroom in. Dit zogenaamde uptide vissen zorgt ervoor dat de onderlijn goed tegen de bodem wordt gedrukt, waardoor we ook zorgen dat het lood goed ankert. Ik vis altijd met één hengel dichtbij en de ander gooi ik zover mogelijk in. Het is van baars bekend dat ze zeer dicht onder het strand komen om te azen. Als het mogelijk is ga dan altijd van tevoren eerst even kijken op de plaats waar we willen gaan vissen. Wanneer we dit doen bij laag water kunnen we misschien een mui of een dieper deel van de zwin opmerken. Wanneer er een mooi gat in de bank aanwezig is, is dat de uitgelezen plaats waar de baars kunnen verwachten. Let ook eens op duikende sterntjes. Dit duidt op de aanwezigheid van voedsel en dus vis. Let ook eens op surfers die bezig zijn. Kunnen ze op een bank staan of gaan ze kopje onder als ze vallen. Allemaal dingen die kunnen wijzen op de betere visplekken.
Bij een strekdam kunnen we aan beide kanten van de dam vissen. Aan beide zijden van de dam is het altijd dieper door de uitslijting door de stroming. Het ligt voor de hand dat we daar ons aas deponeren. Met ZW wind vis ik meestal aan de rechterkant van de dam en met NW wind aan de linkerzijde (de luwe zijde). Het water is hier meestal niet zo chaotisch en we kunnen de diepere plekken iets beter onderscheiden. Toch moeten we dit niet als wet beschouwen en ook eens de ruwe kant proberen. Ook hier verdient het aanbeveling om eens een klein worpje te maken. Meestal is er een dieper kommetje aan de voet van de dam, dat vaak baarzen aantrekt. Dit kan soms een worpje van slechts 30 meter betekenen! Ook tussen de dammen kunnen we een mui aantreffen. Ook dan is het interessant om het daar eens te proberen. Hoewel het strandvissen een statische visserij lijkt, valt er genoeg uit te proberen. Steeds weer het aas op dezelfde plek deponeren is niet goed. De baarzen kunnen de ene dag het rustige water naast de dam prefereren, maar de andere dag zwemmen ze misschien in de branding. Blijven afwisselen dus. Tracht een gehaakte baars nooit het strand op te draaien, dat gaat zeker fout. Zeker in de branding ontwikkelt de baars zijn grootste kracht. Loop het water in richting vis en probeer hem, met behulp van een brekende golf het strand op te loodsen. Dit vereist de nodige ervaring en kalmte, zeker bij een grote baars. Rustig aan dus! Ik begrijp dat ik met dit artikel nooit de gehele Nederlandse en Belgische kust kan dekken. Omstandigheden kunnen van stek tot stek verschillen en dan een andere benadering vereisen. Ik hoop u echter een indruk te hebben gegeven van de mogelijkheden voor de strandvisserij op zeebaars. Door geregeld te vissen doet men de broodnodige ervaring op en leert men het water op de juiste wijze in te schatten.

22:04 Gepost door johan in op zee vissen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zeebaars, kustvissen, zeevissen sportvissen, noordzee | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

De commentaren zijn gesloten.