dinsdag, 06 november 2007

Paling . . . the story !

 

paling.bmp

 

 

 

 

 

 

Palingpaait in de verre Sargassozee (ergens tussen Bermuda en Florida) en sterft kort nadien. De jonge larven (bladwilglarven genaamd) beginnen aan een tocht van zes tot negen maand in de Golfstroom en Noord-Atlantische Drift naar het Europese continent. Ze voeden zich met kleine wiertjes en bacteriën (plankton genaamd) tot ze ongeveer tien centimeter groot zijn. Wanneer ze de rand van het continent bereiken (continentaal plat genaamd) ondergaan ze een metamorfose tot glasaal, die de vorm van dewelbekende paling aannemen. Palingen ontstaan dus niet uit de modder zoals in de Oudheid en Middeleeuwen werd aangenomen. De kleine glasaal zwemt richting riviermonden en trekt de rivieren op. Dat fenomeen was jaarlijks goed te volgen aan de sluizenvan de Grote Rivieren bij volle of nieuwe maan. Eens paling zich in de rivier bevindt voedt hij zich eerst met kleine organismen die in de bodem leven om later over te schakelen op grotere prooien zoals vissen en zelfs soortgenoten. De nauwe associatie met de bodem en het hoge vetgehalte van het spierweefsel zijn de oorzaak van de systematische opstapeling van een brede waaier aan vervuilende stoffen, inclusief de zeer schadelijke gechloreerde organische koolwaterstoffen. Na zes (mannetjes) tottien (vrouwtjes) jaar ondergaat de zogenaamde gele paling een nieuwe metamorfose. De ogen worden groter, de darm verkleint en de voortplantingsorganen worden groter. Men spreekt dan van zilverpaling die zijn eerste en laatste lange tocht (ca 6000 km) naar de Sargasso Zee kan aanvatten.

Uit de literatuur is bekend dat paling een subtiele genetische structuur vertoont, net zoals vele andere mariene organismen. Anders gezegd, door de menging van de oceanen, is de kans klein dat sterk verschillende populaties van paling zich handhaven. De paaigronden in de Sargassozee lopen te gemakkelijk in elkaar over zodat paling als één enkele populatie kan beschouwd worden. Behalve dan in IJsland, waar er zich een speciale situatie voordoet. De populaties van paling bestaan daar uit kruisingen van de Europese paling (Anguilla anguilla) en de Amerikaanse paling (Anguilla rostrata). Dit doctoraat toont aan dat dergelijke kruisingen in ongeveer 10-15% van de gevallen voorkomen en dat hybriden soms tot in Europa worden waargenomen.

Maar er is meer met de subtiele genetische verschillen in de oceaan. Doctorandus Gregory Maes toont aan dat de weinige genetische verschillen hun oorzaak vinden in jaarlijkse samenstelling van de groepen nieuwe aankomers die het Europees continent bereiken. Anders gezegd, de overlevers van de zes tot negen maanden lange transatlantische race verschillen sterk van jaar tot jaar. Dat is gekend in visserijjargon als de "gepaste - foute" koppeling tussen het voedsel (plankton) en de rover (de paling). Dergelijk fenomeen is sterk gevoelig aan de productiviteit van de zee en dus ook aan de grillen en periodiciteit van het klimaat. Bovendien bestaat het vermoeden dat de voortplanting in de Sargassozee toch een subtiel verschil mogelijk maakt, namelijk door lichte tijdsverschillen in het moment van paaien.

Vervolgens heeft doctorandus Gregory Maes in samenwerking met doctor Marti Pujolar onderzocht of grote palingen al dan niet genetisch een stapje voor hebben. Daar zulke experimenten niet kunnen uitgevoerd worden in de natuur, werd uitgeweken naar een Nederlanse palingkwekerij. Gedurende twee jaar werd de groei van paling, oorspronkelijk aangekochtals glasaal, opgevolgd. Na één jaar bleken de snelle groeiers inderdaad genetisch meer variabel (en dus superieur). Na twee jaar was het fenomeen nog waar te nemen, hoewel opmerkelijk afgezwakt. Tenslotte werden zwaar vervuilde palingen genetisch onderzocht en bleek dat genetisch meer variabele individuen minder polluenten opstapelden dan genetisch arme dieren.

De gevolgen van dit onderzoek situeren zich op het vlak van de visserij en de aquacultuur. De ineenstorting van het palingbestand is spijtig genoeg vandaag een zekerheid . Een internationale vergadering van palingonderzoekers stelde daar een speciale verklaring (lees noodkreet) voor op in Québec (Canada) in 2003. Maar de kans is groot dat binnenkort ook het genetische patrimonium bedreigd wordt. Dus moeten alle negatieve tussenkomsten van de mens op het duurzame voortbestaan van de paling (en talrijke andere levende organismen) binnen een redelijke termijn weggewerkt worden. De visserij opjonge glasaal en zilverpaling moet teruggeschroefd, rivieren moeten vrije toegang bieden tot trekkende paling en de vervuiling van rivierslib moet dringend krachtdadiger aangepakt worden. Transfers van jonge paling tussen rivierbekkens en zelfs continenten (60% van de glasaalexport is bestemd voor ZO Azië) zijn uit den boze. Ondanks zijn bijnaam als "rivierpaling", is de Europese paling een mariene soort die op globaal Europese schaal beheerd dient te worden en niet lokaal zoals nu hetgeval is. De palingaquacultuur zelf moet efficiënter jonge glasaal opkweken en liefst op termijn overgaan tot kweek van paling ipv jonge dieren af te vangen. Enkel dan is het voortbestaan van paling mogelijk.

bron: gregory maes

12:30 Gepost door johan in abc van de vis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paling, saragossa, rivierpaling, zeepaling, vis, vissen, vissoorten | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

De commentaren zijn gesloten.