woensdag, 14 maart 2007

kabeljouw

 

Hier vindt u allerlei informatie over de Kabeljauw:
  • karakteristieken van het beestje;
  • hoe wordt kabeljauw gevangen;
  • het actuele kabeljauwbestand;
  • bedreigingen; en
  • beleidsverbeteringen die Stichting De Noordzee voorstelt.

    Karakteristieken
    Kabeljauw komt voor in de Noordzee en in noordelijke Atlantische Oceaan, van de Golf van Biscaye tot Groenland, Spitsbergen en Nova Zembla. De kabeljauw kan een maximale lengte bereiken van maar liefst 1,9 meter. Maar meestal zijn het de exemplaren van 30 tot 45 centimeter die in de vangsten terechtkomen. De kabeljauw leeft in scholen, meestal nabij de bodem. Het is een trekkende vis die grote afstanden kan afleggen.

    De kabeljauw die in de Noordzee voorkomt paait in de eerste twee maanden van het jaar. Overigens is het dier in december al druk bezig met het vormen van kuit. Voorheen was kabeljauw rond z'n zevenjarige leeftijd pas geslachtsrijp, maar door de enorme visserijdruk kan kabeljauw het laatste decennium reeds op vierjarige leeftijd al deelnemen aan het paaiproces. Sommige exemplaren zijn zelfs nog jonger.

    Vangstmethode
    Het tijdstip waarop grote scholen naar de kust trekken is bekend en de vissers zorgen dat ze dan klaar liggen. Op de Noordzee wordt met verschillende methoden op kabeljauw gevist.

    De Denen zijn meesters in het toepassen van de staandwantmethode waarbij netten worden uitgezet rondom een wrak. Een niet onaanzienlijke groep Britse vissers en een relatief zeer klein groepje Hollandse vissers hebben zich eveneens weten toe te leggen op deze manier van vissen.

    De Britten en dan met name de Schotten hanteren vooral de gangbare rondvistrawl en de twinrigmethode. Die laatste vangstmethode is enorm populair in verband met de ruime bijvangsten van andere marktwaardige soorten.

    In Duitsland en Nederland zijn op dit moment nog maar weinig echte kabeljauwvissers overgebleven. Deze jagen vooral op kabeljauw met het trawlnet, hetzij in span hetzij enkelvoudig. Wanneer er in span gevist wordt, slepen twee schepen één groot net voort.

    Actuele status van het kabeljauwbestand
    De kabeljauwstand is achteruitgegaan sinds 1979 en is nu ver beneden het laagste 'veilige' niveau door de zware visserijdruk en slechte aanwas van jonge kabeljauwen. De meeste vis wordt al gevangen voordat hij volwassen is en zich had kunnen voortplanten. In 2000 dreigde er een volledige instorting van het kabeljauwbestand in de Noordzee. De hoeveelheid volwassen exemplaren was tot een bijzonder laag niveau gekelderd. In januari 2001 besloot de EU bepaalde paaigebieden te sluiten om de kabeljauwstand te herstellen. In 2002 werden er nog meer maatregelen getroffen, zoals een beperking van het aantal dagen dat er op kabeljauw gevist mag worden. Die regels blijken niet voldoende. Vanaf 2003 hebben de biologen van de ICES elk jaar het sluiten van de kabeljauwvisserij geadviseerd. Dat advies is telkens niet opgevolgd.

    Bedreiging
    Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de oorzaken van het teruglopen van de reproductie van kabeljauw. De kabeljauw bereikt als gevolg van de visserijmortaliteit geen hoge leeftijd meer en minder exemplaren worden oud genoeg om te paaien. Vis die al eens eerder aan het paaiproces heeft deelgenomen produceert meer en bovendien een veel betere kwaliteit eieren per lichaamsgewicht dan vissen die voor het eerst paaien. In de zestiger jaren was 60% van het kuit afkomstig van exemplaren die minimaal voor de tweede keer deelnamen aan het paaiproces. In het begin van de negentiger jaren was dat gedaald tot minder dan 40%.

    Klimaat en planktondichtheid zijn eveneens belangrijk voor de formatie van sterke jaarklassen kabeljauw. De wetenschappers zijn er niet helemaal uit welke specifieke klimatologische aspecten van invloed zijn op het paaisucces van kabeljauw in de Noordzee. Het zou de temperatuur kunnen zijn op gevoelige momenten van het jaar, het stroompatroon veroorzaakt door de windrichting of de timing van een storm waarbij door turbulentie de verschillende waterkolommen door elkaar gemixt worden. Al deze aspecten kunnen in elk geval de voorjaarsbloei van plankton, waarvan de kabeljauwlarve afhankelijk is, significant beïnvloeden. In jaren dat er sprake was van een slechte jaarklasse liet de bloei van het zo voor kabeljauwlarve belangrijke plankton (Calanus finmarchicus) het volkomen afweten.

    De productie van een sterke jaarklasse viel in de jaren zeventig en tachtig samen met lage waarden van de North Atlantic Oscillation (NAO) Index. The NAO is een maat voor de status van het klimaat. Lage waarden worden gekoppeld aan perioden van noordwestelijke wind, lage lucht- en zeewatertemperatuur en weinig regenval. De negentiger jaren kenmerkten zich echter door opvallend hoge waarden van de NAO, met uitzondering van 1996 welke laag was. In 1996 was de overlevingskans van kabeljauweieren en larve hoog, maar omdat er zo weinig geslachtsrijpe exemplaren zijn overgebleven, was deze jaarklasse slechts van gemiddelde omvang.

    Verbeteringen beleid
    Ongeacht het feit dat ook klimatologische veranderingen ten grondslag liggen aan de slinkende omvang is de visserij niet in staat geweest op een verantwoorde wijze om te springen met het kabeljauwbestand. In de jaren zeventig en tachtig is er door de visserij volop geprofiteerd van de aanwezigheid van kabeljauw. Grote partijen kleine kabeljauw werden aangevoerd door de spanvissers en enorme hoeveelheden volwassen kabeljauw door de staandewantvissers uit Denemarken en Engeland. Van een duurzaam gebruik was zeker geen sprake.

    Brussel heeft de bui weliswaar zien aankomen, maar bleek niet bij machte om tijdig voorzorgsmaatregelen te treffen. Inmiddels is het kapitaal te veel aangetast en is het zo bejubelde rentmeesterschap ver te zoeken. Het is zaak dat de overheid in Brussel met maatregelen komt die hout snijden teneinde het uitsterven van de kabeljauw in de Noordzee te voorkomen.

    Zo zou met name de staandewantvisserij op kabeljauw verboden moeten worden in de periode dat het dier voor nakomelingen moet zorgen (december tot en met februari). De staandewantvisserij is namelijk verantwoordelijk voor de vangst van vooral oudere exemplaren die uiteindelijk de beste kwaliteit eitjes produceren.

    Verder zouden alle boomkornetten voorzien moeten worden van speciale panelen in de bovenkap waarin vierkante mazen de kabeljauw de kans geven te ontsnappen. De boomkorvisserij is per slot van rekening bedoeld om op platvis te vissen.

    Een visverbod rondom wrakken, waar vooral de grote exemplaren kabeljauw zich verstoppen, zou ook een overweging kunnen zijn.
  • 20:30 Gepost door johan in abc van de vis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: noordzee, kabeljouw | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

    donderdag, 08 maart 2007

    kaakloze vissen

     

     

    Kenmerkend voor de Agnatha (a=zonder gnathos = kaak) is de afwezigheid van kaken. Daarom worden ze ook wel Kaakloze vissen genoemd. Zij ontstonden in het Ordovicium (ca. 500 miljoen jaar gelden). Hun bloeitijd kenden zij in het Siluur. Deze primitieve vissen leefden in zoet water en hadden een ontwikkeld skelet en spieren. De tandjes die als fossielen zijn teruggevonden (zgn. Conodonten, zijn mogelijk van deze kaakloze vissen afkomstig.

    Het ontbreken van kaken vereist natuurlijk speciale aanpassingen voor het opnemen van voedsel. Hiertoe ontwikkelden de eerste Agnatha een extra groot kieuwsysteem. Net als de hedendaagse lancetvisjes filterden ze waarschijnlijk voedseldeeltjes uit het water dat door de kieuwen stroomde. Het lichaam van de meeste Agnatha wordt bedekt door een uitwendig beenpantser. Veel soorten hadden ook een benig kopschild. Van een inwendig skelet is bij de fossiele Agnatha weinig tot niets bekend. Mogelijk bestond het uit kraakbeen, maar waarschijnlijk bezaten ze alleen een chorda dorsalis: een elastische staaf die van de kop naar de staart liep. De Agnatha hadden geen vinnen. Enkel het verlengde van de ruggengraat (chorda dorsalis) had iets wat op een vin leek. Zij kropen langs de zeebodem om voedsel uit de modder te halen. 
    Ze hadden maar één neusgat en twee ogen.

     

    18:29 Gepost door johan in abc van de vis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vis, prehistorie, geschiedenis | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |