maandag, 05 maart 2007

vis in den oorlog 1

 

Bomma, de moeder van mijn vader, gingen wij iedere week na de zondagsmis bezoeken. We noemden haar een tijd Bomma Chocolat. Dat was omdat zij grote tebletten zwarte Côte d' Or chocolade had en daar voor ons, als snoepje, een beentje afbrak. Hoe ze aan die toch wel dure chocolade kwam, weet ik niet. Er was ook ‘Winterhulp’: een organisatie die zich bekommerde om minder begoeden en die maaltijden en kleding verschafte. De financiële middelen kwamen van de Koloniale Loterij waarvan de gelden tijdens de bezettingsjaren niet meer mochten getransfereerd worden naar onze Kongokolonie. Waar ik als kind in die tijd ook een hekel aan had, waren de "kazakkepetaten" of zoals mijn vrouw ze noemt "pellepetatten". Aardappelen gekookt in de schil (waardoor het zout er moeilijk indringt) met daarbij dan nog sprot. Nog zo’n vis uit de haringfamilie, maar dan gezouten, gedroogd en gerookt. Te eten op de volgende manier: kop afknijpen, beginnend van de rugkant en zo trekkend naar de buikzijde, en dan trachten de ingewanden er mee uit te rukken. Nadien oppeuzelen met graat en al. Kan één keer. Maar liefst niet te dikwijls herhalen.

Terug naar de bonnetjes. Ze werden uitgereikt in functie van de samenstelling van het gezin (aantal personen) en je kon bijvoorbeeld ook wegens gezondheidsredenen (bv maagzweer, perforatie, …) recht hebben op supplementaire bonnetjes. Die bonnetjes werden ook veelvuldig op de zwarte markt verkocht en men trachtte mits allerlei drogredenen meer bonnetjes te bekomen bij de administratie. De centra waar deze bonnetjes werden bedeeld alsook de drukkerijen ervan waren dikwijls het doelwit van overvallen door clandestiene weerstandsgroeperingen. Die bevoorraadden er hun ondergedoken en gezochte leden mee alsook de ondergedokenen die de verplichte tewerkstelling in Duitsland trachtten te ontlopen. Een nonkel, broer van mijn moeder, heeft zo eens een tijd bij ons ondergedoken geleefd om aan die tewerkstelling te ontsnappen. Voor zeldzame of ontbrekende dingen werd er naar allerlei alternatieven gezocht, vervangingsproducten of Ersatzproducten. Margarine moest boter vervangen, aardappelbloem het graanmeel, gebrande gerst (malt) de koffieboon en gebrande witloofpeeën (cichorei) moesten de koffie sterker en zwarter maken. Palmnoten, exotische vruchten als bananen, citroenen, appelsienen waren niet te verkrijgen evenmin als chocolade. Al die producten kwamen en komen uit verre landen, meestal kolonies, en aangezien de koopvaardijschepen af te rekenen hadden met mijnen en onderzeeërs bewapend met torpedo's, waren die aanvoerroutes grotendeels afgesneden. Zeep werd gemaakt uit olie, geperst uit haringkoppen. Ze had het voordeel dat ze bleef drijven. Verder werden er zandkorrels in gemengd zodat je een schurend effect kreeg. Wat die tijd ook een schurend effect had, maar dan vanbinnen in je maag, was brood. Om het te snijden, moest je twee messen hebben. Eén om te snijden, het andere diende dan om het eerste mes schoon te schrapen van het donkerbruine, rare goedje dat er aan plakte. Zelfs gekapt stro kon je er in vinden. En misschien was dat nog niet eens het raarste dat er in was verwerkt. Met boter werd zuinig omgesprongen. Je moest wel opletten want indien je ze te lang hield, werd ze “sterk”. Ik hield wel van die smaak. Om de houdbaarheid van de boter te verlengen, werd ze gezouten. Als je meel had kunnen bekomen, op welke manier dan ook, dan kon je thuis zelf je deeg kneden en in vormen doen en die werden dan naar de bakker gedragen om het daar te laten bakken. Bij buurvriendjes, twee huizen verder, werd de bloem zelfs gezift om aldus fijne, witte patisseriebloem te bekomen voor bijvoorbeeld taarten. Saccharine verving suiker. Overal zag je velden waarop koolzaad werd verbouwd. Hieruit werd dan olie geperst, want palmolie was natuurlijk niet te verkrijgen. Die koolzaadvelden werden ook, als sabotage, in brand gestoken of vernield. Kleding maakte men uit aardappelloof (in de plaats van vlas). Om de portie aardappelen op je bord groter te maken, werden er blokjes raapkool onder gemengd. Bij een tante van moeder werden zelfs bevroren aardappelen die blauw uitsloegen, opgegeten. Ik heb die tijd ook vrij veel boterhammen gesmeerd met confituur van groene tomaten. Die werd gemaakt met wat azijn en had het uitzicht van pruimenconfituur (reine-claudes).

Ook verwarming was toen een probleem. Steenkool was zeldzaam en duur. Dat was waarschijnlijk omdat ze niet ingevoerd kon worden en ook omdat een groot deel naar de (oorlogs)industrie ging. Er werden dan ook "schraboullen" geraapt. Schraboullen zijn sintels. Vooraleer de asbak van de kachel op het tuinpad werd uitgegoten (asseweg -kiezelsteentjes zullen wel bestaan hebben maar waren niet zoals nu overal te verkrijgen) of als antiglijmiddel werd gebruikt tegen de sneeuw en het ijs op de stoep en de straat, werden de kleine stukjes halfverbrande steenkool uitgezocht, die door de spleten van de kachelrooster waren gevallen. Meestal, ook bij ons, werd dit restant in een zift gegoten, d.i. een kistje met naar binnen en beneden aflopende randen en met onderaan een metalen raster. Dat werd dan geschud. De as viel en de stukjes, groter dan de mazen van het raster, bleven in het bakje. Hier werden de kolensinteltjes uitgepikt (er bleven ook steentjes in). Dat was wel een luizenwerk en bovendien bleef ‘de oogst’ heel beperkt.

13:16 Gepost door johan in geschiedenis van vlaamse visserij | Permalink | Commentaren (0) | Tags: werledoorlog, oorlog, vis | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

woensdag, 28 februari 2007

de zee van toen

 

De Zee van Toen

Een project voor de zee van morgen

1.1.2007-31.8.2008

 

 

Hoe zag de zee er vroeger uit? Een simpele vraag, maar geen voor de hand liggend antwoord. Meer vis? Meer garnaal? Meer zeehonden? Meer zeevogels? Minder vervuiling? Alles was toch beter vroeger? Het antwoord is ontnuchterend: we weten het niet. Hoe verder we in de tijd teruggaan, hoe minder we blijken te weten. Gericht onderzoek was er in de eerste helft van de 20ste eeuw zeer weinig. Zowel WOI als WOII verhinderden dit of verstoorden dit grondig. Het hedendaagse onderzoek, langzaam gestart in 1970, nam pas een hogere vlucht sinds 1980. Oude aanvoerstatistieken van de visserij ontbreken of vertonen hiaten omtrent soortensamenstelling en herkomst.

Voldoende reden om te proberen de kennis die er bestaat over de periode 1930-1980 te recupereren. Deze kennis is vooral te vinden bij hen die het meest met de zee in contact kwamen: de bejaarde kustbewoners, in het bijzonder de gewezen zeegaande vissers.

 

Vissers beschikken over een bijzonder grote zeekennis. Ze zijn zowat de enigen die op zee aanwezig zijn én er een activiteit ontplooien die alles te maken heeft met de natuur. Ze behoren tot de zeer selecte club van mensen die weten waar bepaalde vissoorten en schaaldieren in zee voorkomen of voorkwamen. Ze kennen als geen ander het vroegere onderwaterlandschap van de zee, met zijn zandbanken, geulen, stenige gronden, visrijke plekken, wrakken enzovoort. Ze hebben een direct contact met de elementen water en wind. Ze werken met getijden en stromingen, voor ons van belang bij het bouwen van een zandkasteel, voor hen belangrijke factoren bij het varen en het vissen.  

Vanaf de wal hebben we maar een zeer bescheiden kijk op het zeemilieu. In de vismijn kan je alleen zien wat de vissers binnenbrengen. Wat op het strand aanspoelt, is maar een fractie van het zeeleven en vissen zijn daar zelden bij.

 

Vandaar het project ‘De Zee van Toen’, dat een aanzet wil geven tot de ecologische geschiedenis van de zuidelijke Noordzee door een gerichte bevraging van de vissers op rust over de periode 1930 – 1980.

 

En er zijn zelfs nog meer facetten aan dit boeiende project. Naast het verzamelen van wetenschappelijke gegevens beoogt het project nog andere doelstellingen.

 

 

  • Het project ‘De Zee van Toen’  kadert volledig in de grote aandacht die het lang verwaarloosde immateriële erfgoed momenteel verdient en wil daar een systematische bijdrage toe leveren. Het volgt de werkwijzen en aanbevelingen die gangbaar zijn bij projecten ‘mondelinge geschiedenis’ . De gesprekken worden gevoerd in het eigen dialect van de zegsman. Ook dat is immaterieel erfgoed.

 

  • De gegevens die boven water komen, worden gebruikt om nieuwe doelgroepen in contact te brengen met het mariene milieu, fauna en flora van de zee en kustgeschiedenis en laten ook toe didactisch breder te werken. Zelfs de scholen aan de kust weten soms maar bitter weinig af van dat natte milieu voor de deur. Het onderwijs is dan ook een belangrijke aandachtspunt. Het verhaal van de visser is momenteel vrij anekdotisch. Soms is dat voldoende waardevol, maar het heeft ook beperkingen. Eén los verhaal kan ‘waar’ zijn, maar onvoldoende betrouwbaarheid voor het Grote Verhaal: de toestand van de zee zo’n halve eeuw geleden. Het project wil dus een steviger kader helpen aanbieden over de ecologie en het historisch gebruik van onze zee, waardoor de informatie ook een hoge educatieve waarde meekrijgt.

 

  • Onze verdienstelijke senioren kunnen nog altijd hun bijdrage leveren aan de samenleving van vandaag. Hen interviewen betrekt hen bij het huidige leven. Ze voelen zich nuttig want hun kennis wordt gevaloriseerd, hun mening wordt gevraagd, ze tellen maatschappelijk nog mee. Het project wil bijzondere aandacht besteden aan het onderhouden van contacten na het gesprek. Tijdens en op het einde van het project worden bejaarden terug uitgenodigd om de stand van zaken of het eindresultaat te bespreken. Hopelijk kunen we nog vele jaren gebruik maken van de levenswijsheid, de expertise en de geesteskracht van deze mensen.   

 

  • Het bevorderen van de relatie tussen de visserijsector en andere betrokkenen die het soms beter (menen te) weten (walbewoners, toeristen, consumenten,  media, natuurverenigingen, wetenschappers,… ). De vissers krijgen het woord. Zij zijn de experten bij uitstek, de ervaringsdeskundigen. Wij luisteren bescheiden.

 

Dat het hier dus een geïntegreerd project betreft, is wellicht een open deur intrappen. Toch nog even aanduiden dat een samenwerking zoals in dit project voorkomt, tussen cultuur (geschiedenis), visserij, natuur, educatie en welzijn zelden voorkomt. Ook dit gegeven wordt interessant om volgen. Heeft een geïntegreerd project meer kans op het bijstellen van verschillende, soms sterk uiteenlopende visies? Wat kan je leren uit dergelijk proces?

 

Om de diverse ingewonnen informatie en ervaringen zo goed mogelijk te ontsluiten, komen er aan het eind twee soorten publicaties. Een eerste, meer feitelijke, focust op de ecologische geschiedenis. Daarnaast worden ook één of meer educatieve uitgaven over over ‘de zee van toen’, ten behoeve van onderwijs, natuur- en milieueducatie, erfgoedwerking, kusttoerisme.

 

 

Ook u kunt helpen!

 

Het project gaat uit van de bevraging van oude vissers volgens de vandaag gehanteerde normen van de 'mondelinge geschiedenis’. Om het beeld te vervolledigen kunnen wij alle medewerking gebruiken, van de erfgoedsector, historici en heemkundigen, bibliotheken en archieven, natuurorganisaties én klassen van de derde graad van het secundair onderwijs (vakoverschrijdend thema: biologie, aardrijkskunde, geschiedenis, taal..).

Om zover terug te kunnen keren in de tijd zoeken wij bejaarde zegsmannen, in de eerste plaats 70- tot 90-jarige oud-vissers. Dit project komt dus niets te vroeg. Eventueel kan informatie ‘van horen zeggen’ ook zeer bruikbaar zijn. Misschien kent u boeiende zegspersonen of beschikt u zelf over mondelinge informatie uit tweede hand, of hebt u stukken ter inzage uit minder gekende tijdschriften of (grijze) literatuur, informatieve foto’s of documenten uit de oude doos, ..

Zegsmannen doorgeven? Suggesties? U wilt meewerken?

Aarzel niet en neem contact met

 

Guido Rappé
Project De Zee van Toen
Provincie West-Vlaanderen
Provinciaal Ankerpunt Kust (PAK)
Wandelaarkaai 7 - B-8400 Oostende
T +32 (0)59 34 01 66  -  F +32 (0)59 34 21 31
E guido.rappe@west-vlaanderen.be

17:39 Gepost door johan in geschiedenis van vlaamse visserij | Permalink | Commentaren (0) | Tags: visserij, geschiedenis, vissers, noordzee, de zee | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |