woensdag, 14 maart 2007

bescherming van vissen en schaaldieren

In het water leven behalve vissen ook tal van andere diersoorten, waarvan een groot aantal massaal voor consumptie wordt gebruikt, zoals kreeften, krabben, mosselen, garnalen en inktvissen. Zij maken deel uit van de grote en evolutionair oudste groep van de ongewervelde dieren die circa 700 miljoen jaar op aarde aanwezig is. Hiertoe behoren ondere andere de weekdieren (inktvissen), wormen, stekelhuidigen (zeesterren), schaal- en schelpdieren (kreeften, krabben, mosselen en garnalen), spinnen en insecten. Ongewervelde dieren beschikken niet over een wervelkolom, zoals de gewervelde dieren (zoogdieren, vissen, vogels reptielen en amfibieën) en hebben ook anders gestructureerde, minder omvangrijke hersenen dan deze. Bij de mens en andere gewervelden zijn bewustzijn en gevoel geconcentreerd in bepaalde delen van de hersenen, de neocortex, die bij ongewervelden niet aanwezig zijn.
Om deze reden is men er - nog meer dan bij vissen - bij schaal- en schelpdieren lange tijd van uitgegaan dat deze dieren geen bewustzijn en gevoelens kennen en dus ook geen pijn zouden kunnen lijden. Zo worden om deze reden bij voorkeur ongewervelde dieren als proefdier gebruikt. Bij de verwerking van deze dieren tot voedsel worden doorgaans weinig zachtzinnige methoden gebruikt, zoals het levend koken van kreeften, krabben en mosselen. Bij gewervelde dieren zouden die methoden tegenwoordig niet worden geaccepteerd. Er begint echter steeds meer kritiek te komen op de wijze waarop ongewervelde dieren worden behandeld. Dit hangt samen met de groeiende ethische gevoeligheid ten aanzien van dieren in het algemeen en met de vorderingen van het wetenschappelijk onderzoek naar bewustzijn en pijnbeleving bij dieren.

Pijnervaring
.
Het wetenschappelijk onderzoek naar bewustzijn, gevoel en pijn bij ongewervelde dieren geeft nog geen eenduidig, algemeen aanvaard antwoord op de vraag of alle ongewervelde dieren pijn kunnen ervaren. Dat komt in de eerste plaats, omdat het een zeer grote groep van meer dan 1,3 miljoen onderling zeer verschillende diersoorten betreft. Het aantal gewervelde diersoorten bedraagt daarentegen 'slechts' ruim 46.000. Er is verder ook nog geen omvangrijk onderzoek hiernaar gedaan.
Uit de resultaten van het tot nu toe verrichte onderzoek blijkt echter al wel dat bij ongewervelden sprake kan zijn van pijnbeleving, bewustzijn, leervermogen en geheugen.
Al in een artikel van G. Fiorito, 'Is there 'pain' in Invertebrates?' (Behavioural Processes 12 (1986) 383-388) wordt uit de overeenkomst tussen de reacties van ongewervelden en gewervelden op negatieve prikkels (vluchtgedrag bijvoorbeeld), en uit de aanwezigheid van opioïde stoffen in deze dieren geconcludeerd dat invertebraten in zekere mate over een pijnsysteem beschikken ('makes it possible to conclude that some pain system has appeared in Invertebrates')(386). Ook in meer recent onderzoek zoals het rapport Sentience and Pain in Invertebrates (2005) en in Cephalopods and Decapod Crustaceans - Their capacity for experiencing pain and suffering (2005) wordt deze conclusie getrokken.
Dat is niet zo verwonderlijk want indien dieren voor hen schadelijke factoren niet via pijnprikkels als onaangenaam zouden ervaren, zouden zij het waarschijnlijk geen dag overleven.  

Een serieuze aanwijzing dat ongewervelde dieren pijnervaringen kennen, is de aangetoonde aanwezigheid van opiumachtige (opioïde) stoffen in hun lichaam. Opioïden komen in het lichaam van gewervelden voor, ook van de mens, en zorgen ervoor dat de pijn wordt verzacht of zelfs helemaal wordt weggenomen. De toediening van opioïden bij ongewervelden veroorzaakt hetzelfde effect, zoals blijkt uit een reeks van experimenten bij slakken, garnalen, wormen en insecten. De grenzen tussen ongewervelde en gewervelde dieren zijn dus niet zo strikt.

We moeten er dus ernstig rekening mee houden dat de bekende door de mensen geconsumeerde ongewervelde dieren zoals kreeften, krabben, garnalen, mosselen en inktvissen pijn kunnen ervaren. Dat betekent dat deze dieren met de grootste zorgvuldigheid behandeld dienen te worden. De gangbare dodingsmethoden zoals het levend koken zijn om deze reden ethisch niet verdedigbaar. Ze zullen door andere, meer diervriendelijke methoden vervangen moeten worden, waarbij de hersenen of het zenuwstelsel van de dieren zo snel mogelijk uitgeschakeld dienen te worden. In het rapport Cephalopods and Decapod Crustaceans - Their capacity for experiencing pain and suffering (2005)  wordt geadviseerd om de inktivssen en schaaldieren wettelijk tot de met respect te behandelen dieren te rekenen en ze te verdoven voordat ze gedood worden. Dat laatste kan door middel van een sterke afkoeling of, nog beter, door middel van electrokutie. In diverse landen zoals Engeland, Noorwegen, Australië en Nieuw-Zeeland bezitten schaaldieren en inktvissen al de status van dieren. De staat New South Wales in Australië stelt in haar richtlijnen voor het doden van schaaldieren dat pijn en en lijden dienen te worden vermeden en adviseert afkoeling tot onder 0 graad celsius voorafgaand aan doding.



12:56 Gepost door johan in goede vis! | Permalink | Commentaren (0) | Tags: visbescherming, visbestand, dierenbescherming | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

maandag, 26 februari 2007

zeldzame vissoorten in de noordzee

 

In de zuidelijke Noordzee komen, naast de in detail behandelde soorten, vele andere soorten vis voor, die echter zelden worden gevangen of waargenomen. Deze zeldzaamheden behoren grofweg tot vier groepen. De eerste groep bestaat uit soorten die thuishoren in de koude, noordelijke wateren en vooral in de winter terecht komen in de zuidelijke Noordzee. De tweede groep bestaat uit warmwatervissen, die meestal in de zomer worden waargenomen en de derde groep bestaat uit de nu zeldzame groep van vissen die leven in zee, maar de rivieren optrekken om te paaien. De vierde groep zijn vissen die met ballastwater mee zijn gekomen.

Gasten uit koudere streken

Er is een groep vissen die leven in de diepere, koudere wateren in het uiterste noorden van de Noordzee, de noordelijke Atlantische Oceaan en/of de IJszee. Nu en dan komen deze soorten, als 'gast' ook terecht in de zuidelijke Noordzee. Het gaat dan bijvoorbeeld om de groenlandse haai, de scherpsnuit (een vleet-achtige rog), de zandrog, de kaardrog, de draakvis (een echte diepzeevis), de grote zilversmelt, de grenadiersvis (ook een diepzeesoort), de heek, de zilverkabeljauw, de blauwe wijting, de lom, de blauwe lang, de gewone leng, de parelvis, de scharretong, het witje, de heilbot en de dikrugtong. De pollak en de koolvis zijn ook bewoners van de noordelijke Noordzee. Jonge exemplaren komen, vooral in de winter, regelmatig in de zuidelijke Noordzee terecht. De heek en de driedradige meun komen zowel vanuit het noorden als vanuit het zuiden de Noordzee binnen.

 

 

 

Toestand


In de kustzone (tot 20 meter diep) komen meer zeldzame vissen voor dan in de open Noordzee. In de figuur is dat weergegeven door een zeldzaamheidsindex per kwadrant van 10 bij 10 mijl. Dat is de som van de zeldzaamheidswaarden van alle vissoorten die in dat kwadrant voorkomen. Hoe hoger deze waarde, hoe meer zeldzame soorten daarin voorkomen. De relatief warme en voedselrijke kustzone heeft een belangrijke functie als kinderkamer voor een aantal soorten.

 

Technische toelichting


De kaart betreft de gehele Noordzee en niet alleen het Nederlands Continentaal Plat. Bij de analyse zijn 124 vissoorten betrokken die gezamenlijk de visgemeenschap van de Noordzee vormen. Dwaalgasten zijn niet meegenomen.

De kaart geeft de bijdrage per kwadrant van 10 bij 10 mijl aan de 'totale zeldzaamheid' voor de Noordzee. De berekeningswijze is als volgt. Van alle soorten in de Noordzee is eerst de zeldzaamheid berekend. Deze zeldzaamheid is hoger naarmate een soort in minder kwadranten voorkomt en het totaal aantal opgeviste individuen lager is. De waarde per kwadrant per soort is het product van de zeldzaamheidswaarde maal het aantal individuen van de soort in het kwadrant gedeeld door het totaal aantal opgeviste individuen van die soort in alle kwadranten. Vervolgens zijn voor elk kwadrant de waarden van de aanwezige soorten opgeteld. Deze som is weergegeven in de figuur. De kaart beslaat de periode 1969-1999. De gegevens zijn afkomstig van vangsten van onderzoeksvaartuigen.

18:01 Gepost door johan in goede vis! | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vis, soorten vis, noordzee | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |