donderdag, 15 maart 2007

natuur in de noordzee

Waar menig land verdedigd wordt tegen de woeste zee door een bastion van rotsen en kliffen, is nu juist het kwetsbare laaggelegen Nederland aangewezen op zand; vormbaar en beweeglijk. Dus zwak? Nee, juist de eigenschappen van zand maken dat de verwoestende energie van golven geleidelijk aan gedempt wordt. Vanaf 20 m waterdiepte worden de golven als het ware door de bodem aan de hand genomen, richting kust geleid en verliezen ze langzaamaan de energie. Tot uiteindelijk de bodem zo snel oploopt dat de nog aanwezige energie van de golven ontladen wordt in de branding.

Zand als fundament
Zand is het fundament voor het kustecosysteem. Oppervlakkig gezien lijkt de zandige bodem misschien een levenloze woestijn. Niets is echter minder waar, zowel in als op de bodem bruist het van het leven. De bodem huisvest een scala aan kleine en grotere bodemdieren, we noemen dit het zoöbenthos (van het griekse zoös = dier en benthos = bodem). Het zoöbenthos bestaat uit tientallen soorten wormen die vaak lange gangen maken, ingegraven of aan de oppervlakte levende schelpen, kreeftjes, garnalen, zee-egels, zeesterren en nog veel meer.
De bodem is ook een paradijs voor tong, schol en andere soorten platvissen: de rijke bodemfauna staat prominent op hun menukaart. Ook biedt het losse zand bescherming tegen hun vijanden, door zich half in te graven kunnen zij zich verbergen voor roofvissen die deze platvissen weer als hoofdmaaltijd zien.

Kustzone: groeizaam biotoop
Om te begrijpen waarom juist de kustzone zo rijk is aan fauna is het eerst nodig om iets uit te leggen over het mariene voedselweb. Aan de basis van het voedselweb staan microscopische kleine plantjes: de algen. Deze kunnen zowel op de bodem (fytobenthos, fytos = plant), als zwevend in het water voorkomen, het fytoplankton. Net als landplanten maken deze algen, met behulp van de energie uit zonlicht en kooldioxidegas, koolhydraten als suikers en zetmeel. Een deel van de schelpdieren in de bodem bestaat uit zogenaamde filter feeders. Deze filteren het water, halen het fytoplankton eruit en verteren dit. De afvalproducten die zij afscheiden worden afgebroken door bacteriën en kunnen daarna weer als voedselbron door het fytoplankton gebruikt worden. Een ander deel van het fytoplankton wordt gegeten door microscopisch kleine diertjes in het water, het zoöplankton. Dit zijn kleine diertjes als roeipootkreeftjes en larven van grotere dieren, zoals anemonen en zakpijpen.
Deze worden op hun beurt weer gegeten door kleine visjes (bijvoorbeeld haringen en sprotten) die zelf weer een prooi vormen voor grotere roofvissen als kabeljouwen en kleine haaien. Boven aan het voedselweb bevinden zich de grote vleeseters van de zee zoals de grote haaien, zeehonden en zeevogels (als zee-eenden, bril- en roodkeelduikers, meeuwen en sterns). Een grote viseter die in het verleden zeer vaak langs onze kusten voorkwam is de bruinvis, de enige dolfijn die in Nederland tot de inheemse fauna wordt gerekend. Helaas is het aantal bruinvissen door overbevissing en vervuiling in de afgelopen decennia sterk afgenomen. De laatste paar jaar lijkt er echter een licht herstel op te treden.

Juist in kustzone veel leven
Waarom is er nu juist in de kustzone zoveel leven? Langs de Belgische kust staat een overwegend westelijke wind. Deze wind houdt het lichte water van de rivieren dat boven op het zoute zeewater drijft gevangen in een smalle band van enkele kilometers. Ook de nutriënten, plantevoedingsstoffen, die van nature in het rivierwater zitten, blijven enigszins gevangen in deze smalle band. Fytoplankton tiert welig bij veel nutriënten, mits daar voldoende licht bijkomt. Licht onder water wordt bepaald door de hoeveelheid zwevend stof in een waterkolom. In de smalle kustband waar een hogere concentratie rivierwater is, is de troebelheid ook groter. Dat remt de groei dan weer. Zoals in het plaatje aangegeven ontstaat hierdoor niet ver van de kust een optimum waarbij de helderheid van het water en de hoeveelheid nutriënten optimaal zijn voor de groei van fytoplankton. Ver op zee zijn veel minder nutriënten, dicht onder de kust is het water veelal te troebel.

Hierdoor wordt een belangrijk deel van de productie voor de rest van het voedselweb van de Noordzee in de kustzone gerealiseerd. We mogen dan ook rustig zeggen dat de kustzone een motor is van het ecosysteem. Alle reden dus, om hier voorzichtig mee om te gaan. Misschien dat dan ook de bruinvissen zich hier weer thuis gaan voelen!

19:42 Gepost door johan in onze noordzee | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de noordzee, fauna, natuur | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

woensdag, 14 maart 2007

dolfijnen zijn terug in de noordzee

Walvisachtigen hebben het niet gemakkelijk in de Noordzee. De mens is altijd en overal aanwezig. Waar walvissen, dolfijnen en bruinvissen ook zwemmen, er is vervuiling, de kans om gevangen te worden of verstrikt te raken, te weinig voedsel en herrie onderwater. Verbetering van de Noordzee als leefomgeving voor dolfijnen en andere dieren is daarom erg belangrijk. Stichting De Noordzee wil dat dolfijnen en walvissen weer een kans krijgen om zich helemaal thuis te voelen in de Noordzee. Voor de witsnuitdolfijn, de bruinvis, de tuimelaar en de dwergvinvis zou de Noordzee in ieder geval een geschikte omgeving moeten zijn, gezien de biologische eisen die ze aan hun leefomgeving stellen en zoals blijkt uit historische gegevens.

Witsnuitdolfijn
© Marijke de Boer, WDCS

Maar hoe verbeteren we de Noordzee als leefomgeving voor deze dieren?

Een schone Noordzee
Schoon water is belangrijk voor alle planten en dieren die onder water leven. Dieren en planten halen hun zuurstof en voedsel namelijk uit het water, en nemen in een vervuilde zee zo ook schadelijke stoffen op. Deze stoffen hopen zich op in de voedselketen en in dieren die erg oud kunnen worden. Walvissen en dolfijnen bevinden zich in de top van de voedselketen én kunnen vrij oud worden (tuimelaars en witsnuitdolfijnen wel ouder dan 40 jaar). Ze zijn dus extra gevoelig voor vervuiling. Uit onderzoek blijkt, dat de grootste concentraties vervuilende stoffen in de Noordzee in bruinvissen langs de Nederlandse kust zijn gevonden.

De gevolgen van vervuiling zijn afhankelijk van de stof. Van sommige stoffen, zoals PCB's, is bekend dat zij het voortplantingssucces van o.a. zeehonden en tuimelaars verminderen.

Visserij zonder bijvangst
Walvisachtigen raken regelmatig verstrikt in visnetten. Dit is een ongewild effect van de visserij. Naar schatting verdrinken jaarlijks 7000 bruinvissen in visnetten in de Noordzee. De dieren lopen door bijvangst niet alleen verwondingen op: walvisachtigen zijn zoogdieren en moeten naar de oppervlakte komen om adem te halen. Wanneer een dolfijn of bruinvis het gevecht om vrij te komen uit het net verliest, zal het dier dus verdrinken. Onderzoek toont aan, dat van de in Nederlandse gestrande bruinvissen, minstens de helft gestikt is in visnetten. Omdat de dieren vaak nog vers zijn, bewijst dit dat het in Nederlandse wateren gebeurd is.

Er is hier een technische oplossing voor; de inzet van speciaal ontwikkelde pingers. Pingers zijn apparaatjes die een geluid maken om walvisachtigen weg te houden van visnetten. Ze voorkomen dat de dieren verstrikt raken. Verschillende walvisachtigen hebben echter een verschillend gehoorbereik, dus niet elke pinger is geschikt om alle soorten walvisachtigen weg te jagen.

Vanaf 2007 is door de Europese Unie het gebruik van pingers op bepaalde netten, de kieuwnetten, verplicht behalve voor boten die kleiner zijn dan 12 meter. De meeste Nederlandse boten die met kieuwnetten vissen zijn kleiner dan 12 meter. Niet alle pingers werken echter even goed en omdat niet alle vissers verplicht zijn de apparaatjes te gebruiken, is het niet zeker of deze maatregel succesvol zal zijn. Meer onderzoek naar bijvangst in Nederland en de werking van pingers is daarom van groot belang.

Een zee vol vis
De bruinvis, witsnuitdolfijn en tuimelaar leven van vele verschillende soorten vis, maar voor alle drie is wijting toch een van de belangrijkste prooidieren. Helaas gaat het niet goed met de wijting in de Noordzee: de vissoort is momenteel ernstig overbevist. Ook de kabeljauwpopulatie, een andere belangrijke vissoort voor de tuimelaar en witsnuitdolfijn, is gevaarlijk in aantal achteruit gelopen.

In het verleden is gebleken dat overbevissing ernstige gevolgen kan hebben voor bruinvissen en tuimelaars. Het is dan ook belangrijk dat er snel actie wordt ondernomen om verdere overbevissing tegen te gaan. Zo zorgen we ervoor dat er ook in de toekomst voldoende voedsel aanwezig is in de Noordzee voor walvisachtigen, andere dieren en voor onszelf. Je kunt hieraan bijdragen door vooral 'goede', niet overbeviste, vis te eten. De Goede Visgids van Wouter Klootwijk, uitgebracht in samenwerking met Stichting De Noordzee, kan hierbij helpen.

Een stille Noordzee
Onder water zijn vele geluiden te horen, veroorzaakt door bijvoorbeeld de wind en stromingen. Ook dieren dragen bij aan dit geluid. Walvisachtigen maken geluid om met elkaar te communiceren en kunnen, net als vleermuizen, de omgeving verkennen door middel van echolocatie. Hiervoor zenden ze hoge tonen uit die worden weerkaats door de omgeving. De weerkaatsing van dit geluid vertelt de dieren hoe de omgeving er uit ziet en waar zich bijvoorbeeld een grote school vissen bevindt.

Menselijke activiteiten zorgen ervoor dat het steeds lawaaieriger wordt onder water. Het geluid veroorzaakt door seismische proeven (om gas en olie op te sporen), schepen, militaire oefeningen en in de toekomst ook windmolenparken, kan er zelfs voor zorgen dat het geluid van walvisachtigen niet meer hoorbaar is. De dieren kunnen zo het contact met elkaar verliezen, hebben meer moeite met het vangen van voldoende vis en kunnen mogelijk zelfs stranden. Van erg harde geluiden kunnen de dieren bovendien blijvende gehoorschade oplopen. Meer rust onderwater kan deze problemen voorkomen.
dwergvinvis
© NAM

Het lawaai onderwater moet minder en meer geleid worden; stillere schepen (andere motoren) en striktere verkeersroutes voor scheepvaart. Sluipverkeer langs de kust moet beperkt worden, zeker op plaatsen waar groepjes bruinvissen voorkomen. Sonar met frequenties en sterkte (denk aan onderzeeërs), waar walvisachtigen gevoelig voor zijn, mogen alleen in daarvoor bestemde militaire oefengebieden. Seismisch onderzoek naar het voorkomen van olie- en gas en zand- en grindwinning moet beperkt worden in gebieden waar veel walvisachtigen voorkomen: in ieder geval kust boven de Waddeneilanden, op het Friese Front en de Doggersbank.

De dolfijn terug in de Noordzee!
Walvisachtigen hebben het niet gemakkelijk in de Noordzee. Stichting De Noordzee wil dat zij weer een kans krijgen om zich helemaal thuis te voelen in de Noordzee. Stichting De Noordzee pleit daarom voor duurzaam gebruik van de Noordzee en een gezonde toestand van de zeenatuur. Het symbool voor deze missie is: de dolfijn terug in de Noordzee! De dolfijn staat voor schoon water, veel vis, voldoende rust en genieten van de zee. Stichting De Noordzee wil dit bereiken door de rijkdommen van de Noordzee op een ecologische en economisch duurzame manier te gebruiken.

20:27 Gepost door johan in onze noordzee | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolfijnen, noordzee | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |