donderdag, 08 maart 2007

sporen van atlantis

Waar komen we vandaan? Waar ligt de bron van onze beschaving? Er bestaan daarover allerlei theorieën, op grond van veel wetenschappelijk onderzoek. Maar weten we het werkelijk? De voorbije decennia duiken overal ter wereld dingen op die ingaan tegen de gangbare opvattingen van deskundigen en haaks staan op wat we op school leren. Ons hele wereldbeeld staat momenteel ter discussie. Misschien stammen we wel niet af van primitieve holbewoners maar van een (onbekende) gevorderde oerbeschaving, die door een ramp van wereldformaat, vrijwel volledig van de aardbodem werd weggevaagd, lang voordat de geschiedschrijving begon.

Een groep van oudheidkundigen (vooral Egyptologen) heeft de laatste tijd baanbrekend werk verricht buiten de platgetreden paden van de bestaande wetenschap. Er ontwikkelt zich een samenhangende theorie die de hele kijk op de geschiedenis van de mensheid verandert. Het komt hierop neer dat er - lang voor de hoogbloei van het Egyptisch rijk - in de late prehistorie een machtige en hoogstaande beschaving moet hebben bestaan, die op wetenschappelijk gebied zelfs kan wedijveren met de onze. Een catastrofe rond het jaar 10.500 voor Christus maakte er brutaal een einde aan. Waar die beschaving precies lag en hoe omvangrijk ze was is zelfs niet zo belangrijk. Wél DAT die er is geweest. De bloei en ondergang van Atlantis, zoals beschreven door Plato, is een soort van mythisch verhaal (te vergelijken met het bijbelse verhaal over de schepping van Adam en Eva in de Hof van Eden) dat niet letterlijk moet worden genomen, maar wel verwijst naar een "verloren paradijs" waarvan de oorsprong verborgen ligt in de nevelen van de tijd.

Na de apocalyptische ramp van 10.500 voor Christus zouden de weinige overlevenden van die oerbeschaving met hun fabelachtige kennis en vaardigheden zijn uitgezwermd over de hele aardbol. Op tal van plaatsen zijn hun sporen, "vingerafdrukken" (Graham Hancock) nog terug te vinden. Het gaat om bouwwerken (tempels en piramiden) die verrassende overeenkomsten vertonen en overstelpend bewijsmateriaal leveren van een zeer geavanceerde kennis van bouwtechnologie, geneeskunde, sterrenkunde, astronomie, cartografie, meetkunde en wiskunde. Het heeft er alle schijn van dat overlevenden van een zeevarende natie in een ver verleden de Atlantische en Stille Oceaan overstaken, lang voor Christoffel Columbus en andere ontdekkingsreizigers dat deden.

Tal van bouwwerken, zowel op het vasteland als onder water, op geografisch zeer verspreide plaatsen op aarde, lijken plots uit het niets te zijn ontstaan, maar in werkelijkheid hebben ze geput uit één gezamenlijke bron, een onbekende beschaving, die wij gemakshalve Atlantis noemen. Die gebouwen en ruïnes waren als het ware middelen om allerlei gecodeerde boodschappen door te geven omtrent de ons omringende kosmos. Hier volgt een overzicht van zo'n stille getuigen uit een ver verleden, die maar moeizaam hun geheimen prijs geven.

  • Wie kent niet de wereldberoemde cirkels van megalieten in het Engelse Stonehenge? Er bestaan allerlei wetenschappelijke theorieën over, o.m. dat ze dienden als observatorium en als wereldkalender, maar niemand weet er het fijne van.

  • In de omgeving van Carnac in het Franse Bretagne staan eindeloze rijen rechtopstaande reuzestenen (menhirs, dolmens en cromlechs) die evenmin duidelijk maken wat hun eigenlijke functie was. Op het nabijgelegen eiland Gavrinis, in de Golf van Morbihan, is een eeuwenoud megalithisch graf bewaard gebleven met geometrische tekeningen in de wandstenen die misschien verband houden met de kosmische ordening, maar ook hier tast de wetenschap in het duister.

  • In het Zuid-Amerikaanse Bolivia, niet ver van het Titicaca-meer, 3.800 meter boven de zeespiegel, vinden we de mysterieuze resten van Tihuanaco, vol ontzag "de stad der goden" genoemd door de latere Indianen. Hij zou dateren uit de prehistorie, minstens 12.000 jaar voor Christus, en was ooit groter dan het keizerlijke Rome. Hoe valt dat te rijmen met de geschiedenisboeken, waarin staat dat de mens 5.000 jaar geleden nog in het steentijdperk leefde. In 1949 kwam een archeoloog tot de bevinding dat Tihuanaco een observatorium was, gericht op zon en sterren. De fameuze Zonnepoort en de tempels zijn gemaakt door mensen die gefascineerd waren door de tijd en de precessie van onze planeet. Ze staan precies gericht op de 4 windstreken, zoals de Egyptische piramiden. De enorme steenblokken zijn perfect op elkaar gelegd, zonder gebruik van cement. Het lukt zelfs niet om met een naald of scheermesje tussen de voegen te komen! De stenen zijn aan elkaar geklonken met metalen ankers. Dit veronderstelt dat de bouwmeester beschikten over een draagbare smeltoven, waarmee ze het metaal vloeibaar hielden. Het is nog steeds een raadsel hoe ze stenen van 200 ton (het gewicht van zowat 300 middenklasse auto's) konden verplaatsen en optillen.

  • Nog reusachtiger megalithische rotsblokken treffen we aan in de paleizen en tempels van de Inca's rond Cuzco, in het Peruaanse Andes-gebied. Een indrukwekkend voorbeeld is de vesting van Sacsayhuaman, gemaakt door mensen die niet eens het wiel kenden en geen hijskraan of katrol hadden. En dan is er natuurlijk de toeristische trekpleister, de prehistorische ruïne-stad Machu Picchu, die pas in 1911 werd ontdekt in een onherbergzame bergstreek.


  • Meer naar het noorden, in Mexico, het land van de oude Maya- en Azetencultuur, staan we hier en daar voor nieuwe raadsels. De oerbewoners, de Olmeken, beitelden rond 18.000 voor Christus grote mensenhoofden met de gelaatstrekken van een Afrikaan. Elders zien we een blanke man afgebeeld, eveneens duizenden jaren voor de komst van de Spanjaarden. Waar kwamen die zwarten en blanken vandaan, lang voor Columbus? De archeologen zitten met de handen in het haar. Waren zij misschien overlevenden van de wereldramp, die van over de oceaan naar hier kwamen en een beschaving als het ware uit het niets toverden?


  • Een architectonisch pronkstuk is ongetwijfeld de heilige stad Teotihuacan, met de piramide van de Maan en van de Zon, van elkaar gescheiden door de "Weg der Doden". Later bouwden de Azteken, die in 15de eeuw voor Christus de Olmeken opvolgden, ook nog een derde centrale piramide voor de blanke god Quetzalcoatl.


  • Niet alleen op het vasteland zijn er resten van een oerbeschaving. Ook onder het wateroppervlak van de oceanen vindt men de laatste jaren resten van een oeroude verdwenen beschaving. Met het oog op de publicatie van zijn nieuw boek "Underworld" volgend jaar is de wereldbefaamde Britse archeoloog Graham Hancock bezig met een zoektocht naar deze stenen getuigen op de oceaanbodem. Op zijn website staan de onderwaterfoto's , die tijdens de duiksessies zijn genomen. Voor de kust van het meest zuidelijk gelegen Japanse eiland Yonaguni verkende hij kennelijk door mensenhanden gemaakte bouwstructuren, uitgehouwen in massieve rotsen, met piramideachtige trappen en terrassen, over een lengte van 200 meter, precies op de Noord-Zuid as, 30 meter diep. Dit monument is naar schatting 10.000 jaar oud en gebouwd door de pre- historische Jamonbeschaving. Elders in de Stille Oceaan, nabij de eilanden Tahiti, Tongo, Ponape, Kosrae, Guam, Rota en Tinian liggen soortgelijke verzonken bouwwerken te wachten op nadere verkenning. Ook rond het eiland Malta in de Middellandse Zee wil Hancock een kijkje gaan nemen naar vermoedelijke resten van een prehistorisch bouwwerk.


  • In 1968 werd in de ondiepe wateren voor de Noord-Westkust van het eiland Bimini, in de Bahamas, door een groep diepzeeduikers een 580 meter lange L-vormig constructie ontdekt van twee evenwijdige rijen van reusachtige stenen muren, vermoedelijk van een oeroude tempel. In de jaren '70 werden nog enkele tientallen andere soortgelijke ruïnes aangetroffen in dat gebied. Sommige zijn bekleed door drie verschillende soorten metaal: rood en geel koper en ijzer. Ze doen denken aan de 3 wallen van de verdwenen stad Atlantis die, volgens Plato, ook waren belegd met verschillende soorten metaal: brons, tin en een onbekend rood metaal orichalcum.


  • En we eindigen onze rondreis in Egypte, op de vlakte van Gizeh. Dit is de plaats bij uitstek waar het hoge vernuft van de oerbeschaving gestalte krijgt. De 3 grote pyramiden wonderen van de oudheid, triomf van een volk dat noch de katrol, noch het wiel noch de hijskraan kende. Hoe kregen ze gladgepolijste blokken van honderden ton de hoogte in? Onverklaarbaar. Er bestaan in de héle VS nu maar twee kranen die zo'n gewichten kunnen verplaatsen.

In zijn bestseller "The Orion Mystery" (1994) vond de astronoom Robert Bauval in de piramiden sporen van een hoog niveau van technologische, astronomische en wiskundige kennis. De 3 reuzenbouwwerken zijn precies volgens hetzelfde patroon opgesteld op aarde als de 3 sterren in de gordel van het sterrenbeeld Orion, zoals die in 10.450 voor Christus aan de hemel stonden. De 4 zijden van de piramiden staan precies in de richting van de 4 windstreken, met een ongelooflijke nauwkeurigheid die zelfs hedendaagse ingenieurs maar met moeite kunnen evenaren. Bovendien lijkt de grote piramide van Chefren een wiskundig model te zijn van het noordelijke halfrond. Ze staat geprojecteerd op een plat oppervlak met een schaal van 1:43.2000. Dit is geen willekeurig getal. Het bevat het transcendente getal 'pi', de verhouding van de hoogte (147,15 meter) tegenover de omtrek van de hele cirkel. Om dit te verwezenlijken moesten ze kiezen voor de lastige hoek van 52° voor de 4 zijden van de piramide.

De bouwmeesters hadden ook grote aardrijkskundige kennis. De piramide staat precies op de 30° noorderbreedte, dat is één derde van de afstand tussen de evenaar en de noordpool. Ook beschikten ze over ongemeen sterk gereedschap. De inhoud van de sarcofaag in de koningskamer va de piramide van Chefren bijvoorbeeld is precies de helft van het volume van de buitenkant, tot op een vierkante centimeter nauwkeurig. De massieve granieten blok is uitgezaagd met een instrument dat veel sneller is dan de huidige boren. Hoe ze het deden weten we nog steeds niet. De piramidebouwers moeten dus op een of andere manier hun fabelachtige kennis hebben geërfd van hun voorouders uit de verre prehistorie, een maritieme beschaving, die in de overlevering Atlantis wordt genoemd.


18:47 Gepost door johan in atlantis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: atlantis, eiland, zee, geschiedenis | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

welke wijsheid ?

De hoogstaande cultuur, die aan het begin stond van onze beschaving, en die we Atlantis noemen, moet in het bezit zijn geweest van een fabelachtige kennis. Wat is er van die kennis geworden? Werd ze ooit neergeschreven en, zo ja, is ze verloren gegaan of wordt ze nog ergens bewaard, op een geheime plaats? Er zijn allerlei aanwijzingen dat in de tijd van de farao's de Zuid-Egyptische stad Heliopolis een befaamd centrum was, waar hogepriesters de overgeleverde kennis en tradities in stand hielden.

Er bestaat een taaie overlevering dat er op de vlakte van Gizeh, vlakbij of onder de Sfinx, een verborgen onderaardse galerij is, de zogeheten "Zaal der Archieven" (Hall of Records). Hierin zou de volledige wijsheid van de beschaving uit lang vervlogen tijden bewaard gebleven zijn. Het oudst bewaarde document dat spreekt over een geheime kamer, "het heiligdom van Thoth", is de beroemde Westcar-papyrus, daterend van ongeveer 1650 voor Christus en bewaard in het Oudheidkundig Museum van Berlijn. Ook Hermetische geschriften, antieke Egyptische inscripties, papyri en Koptische legenden hebben het over zo'n ondergronds labyrint van verborgen gangen en onbekende kamers. In de 4de eeuw gaf de Romeinse geschiedschrijver Ammianus Marcellinus aan schattenjagers de raad om op zoek te gaan: "Er zijn (vlakbij de piramiden) ondergrondse spleten en bochtige gangen die syrinxen worden genoemd. Zij die de oude riten kenden, zo schijnt het, hadden voorkennis dat er een zondvloed zou komen en vreesden dat de herinnering aan deze ceremonies kon worden weggewist. Daarom groeven zij in de aarde op tal van plaatsen en met grote inzet".

Ook Arabische kroniekschrijvers maakten vanaf de 9de eeuw gewag van de Sfinx als bewaker van een geheime ondergrondse opslagplaats met een schat aan wetenschappelijke kennis. Deze ideeën leven tot op heden nog voort in de vrijmetselarij, in de esoterische scholen van de Rozenkruisers en van de Theosofen.

Tijdens restauratiewerken in 1926, waarbij de Sfinx van onder het woestijnzand werd gehaald, stootte men in de Noordwestenhoek van de romp op een ingang naar een onderaardse tunnel. Er is kennelijk toen niet echt iets gevonden of verder gezocht, want de gang werd met nieuwe steenblokken dichtgemaakt en aan het oog van nieuwsgierigen onttrokken. In 1927 maakte de Britse ziener Hugh C. Randoll-Steven, na een visionaire ervaring, deze tekening van de tempels en gangen die zich onder de Sfinx zouden bevinden.

Vooral de Amerikaanse helderziende Edgar Cayce (1877-1945), ook wel "de slapende profeet" genoemd, sprak in zijn talloze "readings" heel vaak over het legendarische rijk Atlantis, dat volgens hem omstreeks 10.000 jaar voor Christus door een wereldramp werd getroffen. Hij was het die voor het eerst, in het begin van de jaren '30, sprak van de verborgen "Hall of Records" onder de Sfinx. Hij zei dat, vlak voor de catastrofe, een enorme onderaardse opslagplaatsplaats werd gegraven met archieven van het oude Egypte. Volgens Cayce was het

een soort van museum van de wijsheid van de verloren beschaving van Atlantis, met o.m. een historisch overzicht, informatie over de zeden en gewoonten, medische kennis en muziekinstrumenten. "Er bevindt zich een verbindingskamer onder de rechterpoot van de Sfinx, die leidt naar de Zaal der Archieven. Men zal deze Zaal weer binnentreden wanneer de tijd is volbracht", aldus Cayce, die suggereerde dat dit kort voor het einde van het vorig millennium zou zijn. Cayce was er trouwens van overtuigd dat ook nog op andere plaatsen een soortgelijke ruimte op ontdekking wacht: één in Tibet, een in de ondiepe wateren rond het eiland Bimini op de Bahamas en één in het land van Yucatan (het gebied van de Maya's in Mexico).



Hoe "de Zaal der Archieven", de "Kamer van de eerste Schepping" er in werkelijkheid zou uitzien werd in 1985 weergegeven door het Britse medium Bernard G. Na een droom over het onderaardse domein, liet hij zich inspireren tot het schilderen van een reeks taferelen. Zo ziet de toegangskamer er in zijn ogen uit.

Vanaf 1973 is, met enkele tussenpozen, koortsachtig gezocht naar het al of niet bestaan van de fameuze "Hall of Records" onder de Sfinx. De Amerikaanse organisatie, "The Association for Research and Enlightenment" (ARE) uit Norfolk (Virginia) , ook wel "The Edgar Cayce Foundation" (ECF) genoemd, kreeg van de Egyptische autoriteiten toestemming om, in 1973 en '74, te beginnen met seismografische metingen, bodemonderzoek met scanners, boringen en opgravingen rondom het reusachtige stenen leeuwenbeeld. Ze werd hierbij geholpen door het prestigieuze Amerikaanse "Stanford Research Institute" (SRIC). De hele operatie liep onder de codenaam "The Sphinx Exploration Project".

In 1976, tijdens een nieuw onderzoek, werden de eerste resultaten geboekt. Met behulp van luchtfotografie en infrarood-techniek ontdekten de onderzoekers diep in de rotsbodem sporen van een onderaardse gang die in NW-ZO richting liep. Het jaar daarna waren er opnieuw dunne maar wel diepe boorgaten gemaakt bij de rechterpoot van de Sfinx, waarbij gebruik werd gemaakt van telescopische lenzen en van sonargolven. Dat leidde uiteindelijk in 1982 tot het lokaliseren van een laag graniet, afkomstig uit Assouan, met daarin een grote holle ruimte. Maar het was onduidelijk of die door mensenhanden was gemaakt of niet.

In 1991 was het de beurt aan de bekende seismoloog en geofysicus Thomas Dobecki, samen met de geoloog Joseph Schoch en de archeoloog John West. Dat leidde in 1993 tot de opzienbarende vondst van een kunstmatige rechthoekige kamer van zowat 9 op 12 meter, 5 meter onder de voorpoten van de Sfinx. Voor de Amerikaanse TV-keten NBC maakte West daarover in 1993 een geruchtmakende documentaire, onder de titel "The Mystery of the Sphinx" Kort daarna werden de werken stilgelegd door Zahi Hawass, de opzichter van de oudheidkundige werken op de vlakte van Gizeh. Officieel luidde het dat West te weinig wetenschappelijk te werk ging. Maar in werkelijkheid konden de Egyptische autoriteiten zich moeilijk verzoenen met de idee dat de Sfinx en wellicht ook de piramiden niet door de Egyptenaren waren gebouwd, maar door overlevenden van de verdwenen beschaving van Atlantis. Ook andere Egyptologen, zoals Graham Hancock en Robert Bauval, die "afwijkende" ideeën hadden over het ontstaan van onze beschaving, werden geweerd, officiëel omdat ze geen academici zijn, verbonden aan een universiteit.

(van links naar rechts) R. Bauval, G. Hancock en J. West

Pas in 1996 zette de Hoge Raad voor Oudheidkunde in Cairo het licht weer op groen voor verder opzoekingwerk rond en onder de Sfinx. Opnieuw met financiële steun van de Edgar Cayce Stichting zette het wetenschappelijk team van de Universiteit van Florida discreet zijn seismologisch werk voort. De geoloog Joe Schor stootte op niet minder dan 9 onderaardse gangen en kamers. Een van de tunnels leidde van onder de romp van de Sfinx westwaarts naar een oude waterschacht, 200 meter achter de Sfinx. Die schacht is intussen bekend als "Het graf van Osiris". Maar eind '96 mocht er plots niet verder worden gegraven, "om veiligheidsredenen". Kort daarop was Zahi Hawass te zien in een korte videofilm IN de tunnel. Wild enthousiast zei hij tot de camera: "Zelfs Indiana Jones zou nooit dromen hier te zijn. Kan u het geloven? We bevinden ons hier in de Sfinx, in deze tunnel, die nooit eerder is opengemaakt. Niemand weet wat erachter schuil gaat". In een kranteninterview bevestigde Hawass dat er onder de Sfinx inderdaad minstens 3 geheime tunnels zijn, die nog vele geheimen kunnen blootleggen. Hij beloofde zelfs een rechtstreekse TV-uitzending van de opening van de "Hall of Records", maar die beelden zijn er (tot nu toe) niet gekomen.

Meer boeiende details staan in het boek "Secret Chamber" (Londen, Century, 1999) van de befaamde Egyptische archeoloog van Belgische afkomst Robert Bauval. Het ondergronds geometrisch complex zou kunnen bestaan uit een lange gang die begint bij de voorpoten van de Sfinx en die uitmondt in een centrale ruimte, "De Kamer van de Eerste Schepping", omgeven door een cirkelvormige kraal van 12 ronde buitenkamers. Dit doet onwillekeurig denken aan de 12 tijdperken uit de precessiecyclus van 26.000 jaar, of aan de 12 tekens van de Dierenriem. Maar dat is niet zo. De structuur heeft alles te maken met de aloude astrologische en mythologische opvattingen van de oude Egyptenaren.



In de kosmologische traditie van Egypte bestond een dag uit twee delen: de periode dat de zon te zien is, én de periode dat de zon onzichtbaar is, d.w.z. vanaf het moment dat ze ondergaat aan de westelijke horizon tot ze 's morgens herrijst in het oosten. Tijdens die donkere periode maakt de zon haar tocht door de onderwereld, het huis van de Duat, het Rijk van Osiris. Op oude afbeeldingen wordt de Duat aan beide uiteinden bewaakt door een leeuw(sfinx). De nachtelijke periode is verdeeld in 12 gelijke delen, "uren. In het eerste deel komt de zon in een soort van voor-kamer, en daarna doorloopt ze de overige kamers. De 5de kamer is de meest centrale plaats van de Duat, "de kamer van de eerste schepping". Daarrond zijn de andere kamers cirkelvormig gegroepeerd.

De laatste tijd is er veel te doen rond het zogeheten "Graf van Osiris", de oude Egyptische god die heerst over de doden in de onderwereld (Duat). Het gaat om een schacht die al in 1935 was ontdekt en werd gebruikt als waterbron. Hij ligt zo'n 200 meter achter de Sfinx, onder de weg die leidt van de Valleitempel naar de tweede piramide. Halfweg de jaren '90 begonnen dr Hawass en de archeoloog Mark Lehner met de exploratie ervan. Na het leegpompen stootten ze op 3 boven elkaar liggende kamers. In de middelste staat een zwarte granieten sarkofaag (700 voor Christus) en in de onderste, op zo'n 30 meter diepte, nog een andere grijze granieten sarkofaag, daterend van ongeveer 1500 voor Christus.



Of we hier staan voor het graf van Osiris is nog zeer de vraag. In de oudheid werd de hele vlakte van Giza beschouwd als de begraafplaats van Osiris. Misschien is dit maar een van de toegangen die leiden naar het echte echte graf. Dr. Hawass heeft intussen verklaard dat er in de onderste ruimte een ingang is van een tunnel in de richting van de grote piramide. Nog een andere tunnel vertrekt oostwaarts in de richting van de Sfinx. Daardoor zou de structuur onder de Sfinx er, volgens Robert Bauval, ongeveer uitzien als volgt.



Misschien geeft de Sfinx dan toch nog in de loop van het komende decennium een aantal van zijn geheimen prijs. Nadat het eeuwenlang heeft gesluimerd onder de kalksteenbodem van de vlakte van Gizeh krijgen we eerlang misschien de kans om inzicht te krijgen in het collectieve geheugen van onze beschaving, van de reusachtige erfenis aan kennis en wetenschap die een aloude cultuur voor de mensheid heeft bewaard. Allicht komen we dan ook iets meer te weten over de betekenis, symboliek en geometrische vormen van de raadselachtige Atlantis-ring...


18:46 Gepost door johan in atlantis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: atlantis, wijheid, eiland, geschiedenis | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |