woensdag, 07 februari 2007

klimaat verandert voelbaar . . .

Het wordt warmer, de zeespiegel stijgt, de winters vervagen, de zomerregen wordt heftiger en de mens heeft het gedaan. Wat iedereen eigenlijk al wist, heeft het Europees Milieu Agentschap (EMA) nog eens helder samengevat in een nieuw, heftig rapport. Het onafhankelijke, wetenschappelijke EU-orgaan bestudeerde 22 klimaatgraadmeters, variërend van de dikte van gletsjers tot de opbrengst van oogsten en het aantal tekenbeten. Allemaal blijken ze in meer of mindere mate te veranderen.
 
De waslijst met wapenfeiten is lang en schokkend. Zo is de concentratie van het broeikasgas CO2 het hoogst sinds zeker 420 duizend jaar, en hoger misschien zelfs dan de afgelopen twintig miljoen jaar. De zeespiegel steeg de afgelopen eeuw met 0,8 tot 3 millimeter per jaar en zal deze eeuw tot vier keer sneller stijgen. Het aantal klimaatrampen zoals overstromingen en droogtes is sinds de jaren negentig verdubbeld. Tussen 1975 en 2001 waren er in Europa 238 van dergelijke natuurrampen. Of neem de gletsjers: in 2050 is daarvan naar schatting driekwart voorgoed verdwenen.
 
Zonder nu meteen te willen capituleren, zegt algemeen directeur Jacqueline McGlade van het EU-orgaan in een persverklaring: we moeten er maar mee leren leven, met ons andere klimaat. "Europa moet de wereldwijde inspanning om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen blijven leiden. Maar dit rapport onderstreept ook dat er op Europees, regionaal, nationaal en plaatselijk niveau strategieën nodig zijn om ons aan te passen met klimaatverandering."
 
Dan zitten we in Nederland nog relatief gunstig. Terwijl het broeikaseffect vooral in Zuid-Europa zorgt voor dorre, woestijn-achtige toestanden, wordt de natuur bij ons juist iets weelderiger. Het groeiseizoen is sinds 1962 zo'n tien dagen langer geworden, vogels hebben meer kans om de winter door te komen en de soortenrijkdom van planten neemt sensationeel toe.
 
Daar tegenover staat wél dat de waterhuishouding in Nederland snel verandert. De rivieren slinken, de zeespiegel stijgt ten opzichte van ons zakkende land nog wat sneller dan elders en daardoor neemt de verzilting van de kustgebieden snel toe. Al eerder opperden Nederlandse experts van onder meer het Wagenings-Texelse onderzoeksinstituut Alterra voorzichtig dat we in de kuststreken misschien moeten denken aan de teelt van zoutwatergewassen zoals lamsoren en zeekraal.
 
Afgezien daarvan zijn het vooral de directe ongemakken die de aandacht trekken. Het aantal gevallen van tekenziekte neemt toe, net als het aantal griezelige uitheemse insecten, wespen en gewasparasieten. En dan zijn er de rampen: in 2002 waren er de overstromingen, in 2003 was er de hittegolf en dit jaar was er opnieuw wateroverlast. De Europese topdrie van heetste jaren ooit gemeten bestaat uit zeer recente jaartallen: 1998, 2002 en 2003.
 
De opwarming die zich momenteel voltrekt is waarschijnlijk de snelste verandering sinds het einde van de laatste IJstijd, zo'n tienduizend jaar terug, denkt het EMA. Om niet geheel duidelijke redenen warmt Europa nog iets sneller op dan de rest van de wereld: de verwachte temperatuurstijging ligt tussen de 2 en de 6,3 graden Celsius - een gapende marge die aangeeft hoe verdeeld wetenschappers nog zijn over de vooruitzichten.
 
Het EMA, dat vanuit Nederland onder meer wordt gedragen door het Milieu- en Natuurplanbureau van het RIVM, het KNMI en het Nationaal Herbarium, laat er geen enkel misverstand over bestaan: klimaatverandering is rauwe, tastbare werkelijkheid geworden. "De prognoses laten zien dat koude winters in 2080 bijna geheel verdwenen kunnen zijn, en dat hete zomers, droogtes en incidentele zware regenval of hagel veel frequenter kunnen voorkomen."

 

1985

 

 

19:46 Gepost door johan in weer en getijden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: klimaat, weer, global warming | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |

wordt klimaatverandering kabeljauw fataal?

Larven van zeedieren verschijnen tegenwoordig veel eerder in het seizoen dan veertig jaar geleden. Zeesterren en zee-egels zelfs anderhalve maand eerder. Ook zwemmend plantaardig plankton (dinoflagellaten) piekt nu een maand vroeger. Andere soorten trekken zich juist weinig aan van de opwarming. Kiezelwier bijvoorbeeld bloeit steevast in april.
 
Op 15 september 1931 bevestigde een stel biologen een één meter lange bronzen doos aan het achtersteven van de SS Albatros. Het koopvaardijschip vertrok de volgende dag vanuit Hull naar Bremen. Onder water zweefde de bronzen doos er achteraan op tien meter diepte. Het was de eerste verzameltocht voor plankton, een experiment dat daarna veelvuldig herhaald zou worden. Vanaf 1958 is de doos, officieel 'Continuous Plankton Recorder' of CPR genoemd, continu op reis over de Noordzee, achter in totaal 214 verschillende schepen.
 
Maandelijks ontvangen onderzoekers in het Zuid-Engelse Plymouth de planktonmonsters, die ze in hun laboratorium analyseren en tellen. Ze registreerden al meer dan vierhonderd verschillende soorten. In Nature beschrijven ze nu de uitkomst van veertig jaar maandelijkse metingen van 66 verschillende planktonsoorten. Ze zien dat verschillende planktonsoorten uiteenlopend reageren op de geleidelijke opwarming van het zeewater. Sommigen pieken eerder en groeien in aantal, anderen blijven onveranderd of worden juist minder talrijk.
 
"Het is de eerste keer dat de invloed van klimaatverandering op het zeeleven is aangetoond", reageert UvA-hoogleraar Jef Huisman. "Dat is wel eerder aangetoond voor plantenbloei en voor het broedgedrag van vogels, maar dit is de eerste mariene studie."
 
De onderzoekers verwachten grote gevolgen voor de voedselketen in de Noordzee. Want wil een larve overleven in de zee, dan moet er voedsel zijn: op tijd, in voldoende hoeveelheid en van de juiste grootte. Als vislarven door de opwarming van het zeewater eerder uitkomen, komen ze te vroeg komen voor het eten.
 
De verschuiving in het plankton verklaart ook de achteruitgang in kabeljauwstand, stellen de Britten. Want het blijft duister waarom de kabeljauw in de Noordzee zich, ondanks de drastische vangstbeperkingen, niet herstelt. De Britse biologen veronderstellen nu dat een verschil in timing tussen larven en hun prooi het herstel van de populatie in de weg staat: de kabeljauwlarven verhongeren.
 
Maritiem ecoloog Huisman vindt dat iets te ver gaan: "Ze hebben de invloed aangetoond van klimaatverandering op kabeljauwlarven, maar dat is geen verklaring voor de achteruitgang in de volwassen populatie. Ook bij voldoende voedsel haalt nog geen promille van de larven het volwassen stadium." Kennelijk heeft de kabeljauwlarve op weg naar volwassenheid grotere problemen te overwinnen. "Kabeljauw blijft raadselachtig", geeft Huisman toe.
 
De voedselketen in de Noordzee is aan het veranderen. Sommige vissoorten, zoals de kabeljauw, lopen risico op uitsterven. Aan de andere kant treffen vissers ook steeds vaker soorten uit zuidelijker wateren aan. Er zijn er al 120 geteld, waaronder Japanse wieren en oesters, Amerikaanse zwaardschedes, Chinese krabben en zeepokken uit Nieuw-Zeeland. "Misschien betekent het wel een langer visseizoen", oppert Huisman en hij wijst op de vroege en hoge pieken van de kiezelwieren.

13:50 Gepost door johan in weer en getijden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: klimaat, weer, kabeljauw, vis, global warming, opwarming, zee, aarde | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |