maandag, 17 maart 2008

zeevogels

Stel je eens voor: je bent zonder boot midden op de Noordzee, het is winter en er woedt een orkaan. Om je heen zie je metershoge golven en het water is ijskoud.... Alleen al de gedachte eraan bezorgt je kippenvel! Je kunt je daar geen levend wezen voorstellen. Alles wat kan zwemmen duikt onder en de rest vlucht naar de kust...
Maar de werkelijkheid is anders. Er zijn vogels die dag en nacht, jaar in jaar uit, op zee leven. Daar eten, slapen en drinken ze. Alleen om te broeden en de jongen groot te brengen komen ze aan wal. Dat zijn de echte zeevogels.

 

Hoe overleven vogels die zee? Krijgen ze het niet koud? Hoe slapen ze? En wat eten en drinken ze?
zeekoeten op zee
© Henk Offringa, Stichting De Noordzee
Zeevogels beschermen hun lichaam tegen de kou met een extreem waterdicht verenpak en een dikke onderhuidse speklaag. Hun poten voelen geen kou. Ze rusten uit op het wateroppervlak, ronddobberend met hun kop tussen de veren. Hun maaltijd bestaat uit vis en andere zeedieren. En wat voor de meeste vogels onmogelijk is; ze drinken zeewater.

 


 


Zoutdruppels
kleine mantelmeeuw
© Henk Offringa,
Stichting De Noordzee
Met het voedsel en zeewater krijgen ze veel zout binnen. Bij mensen en de meeste andere dieren wordt zout door de nieren uit het bloed gehaald en daarna uitgeplast. Maar zeevogels hebben een speciale zoutklier die achter de ogen ligt. Vanaf die klier lopen twee buisjes naar de neusgaten en vandaar verlaat het zout, opgelost in water, hun lichaam. Daarom hangt er vaak een druppel aan hun snavel en zie je ze af en toe met hun kop schudden om van die druppels af te komen. Eigenlijk plassen ze dus een beetje uit hun neus.

 

Kleintjes krijgen
zeekoeten op Handalsland
© Wouter Jan Strietman
Zo stoer als ze zijn op zee, zulke stuntelaars zijn het op het land. Daarom broeden ze op steile kliffen, of verlaten zandplaten en eilandjes, moeilijk te bereiken voor mensen en landroofdieren. De meeste zeevogels broeden in kolonies. Dat wil zeggen dat ze hun nesten dicht tegen elkaar aan bouwen. Het voordeel daarvan is dat er veel ogen zijn om een vijand te bespeuren en dat ze elkaar daar met veel gekrijs voor kunnen waarschuwen.

 

Het grootbrengen van hun jongen is voor de meeste zeevogels een hele klus. Vanaf de broedkolonie moeten ze vaak lange tochten maken om aan voedsel voor de kleintjes te komen. Soms kunnen ze dagenlang niet jagen omdat het stormt. Daarom leggen ze vaak maar èèn groot ei waar na lang broeden een kant en klaar kuiken uit komt. Aan dat ene jong hebben ze hun 'snavels' al meer dan vol!

 

Ondanks dat ze maar èèn of twee jongen per jaar groot brengen, kunnen zeevogels toch veel nakomelingen krijgen. Ze kunnen namelijk wel 20 tot 30 jaar oud worden.

 


 
Stichting De Noordzee / North Sea Foundation
Drieharingstraat 25, 3511 BH Utrecht
telefoon: 030-2340016, fax: 030-2302830, email: info@noordzee.nl

18:21 Gepost door johan in onze noordzee | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vogels, kust, noordzee, zeevogels, stichting noordzee, zee, fauna | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print |